TUCHT - GEÏNTERNEERDE - BEWIJS - SCHORSING
De aanwezigheid van verpakkingen van persoonlijke medicatie op naam van klager in een afvalberg die afkomstig was van zijn vleugel, vormt volgens de klachtencommissie een concrete en objectieve aanwijzing dat minstens een deel van het aangetroffen afval van klager afkomstig was. De directeur mocht aan deze vaststelling een aanzienlijke bewijswaarde toekennen.
De verklaring van klager dat de verpakkingen door een defect aan de reling of afsluiting buiten zijn weten naar buiten zouden zijn gewaaid of gevlogen, wordt niet ondersteund door objectieve gegevens en volstaat niet om de bewijswaarde van de vaststellingen in het RAD te ontkrachten.
Daarbij merkt de klachtencommissie op dat de ten laste gelegde tuchtinbreuk niet het opzettelijk buiten gooien van afval betreft, maar het bevuilen van terreinen of het niet of onvoldoende rein houden van ruimtes. Ook indien de lezing van klager wordt gevolgd, blijft vaststaan dat verpakkingen van zijn persoonlijke medicatie tussen het aangetroffen afval werden teruggevonden, zodat de directeur redelijkerwijze kon besluiten dat de inbreuk aan klager kon worden toegeschreven.
Klager is geïnterneerd, maar de klachtencommissie acht geen psychiatrische problematiek denkbaar die het buitengooien van afval zou kunnen verklaren of verschonen.
De directeur kon op basis van de beschikbare gegevens in redelijkheid besluiten dat de tuchtinbreuk bewezen was. De klacht is ongegrond.
De aanwezigheid van verpakkingen van persoonlijke medicatie op naam van klager in een afvalberg die afkomstig was van zijn vleugel, vormt volgens de klachtencommissie een concrete en objectieve aanwijzing dat minstens een deel van het aangetroffen afval van klager afkomstig was. De directeur mocht aan deze vaststelling een aanzienlijke bewijswaarde toekennen.
De verklaring van klager dat de verpakkingen door een defect aan de reling of afsluiting buiten zijn weten naar buiten zouden zijn gewaaid of gevlogen, wordt niet ondersteund door objectieve gegevens en volstaat niet om de bewijswaarde van de vaststellingen in het RAD te ontkrachten.
Daarbij merkt de klachtencommissie op dat de ten laste gelegde tuchtinbreuk niet het opzettelijk buiten gooien van afval betreft, maar het bevuilen van terreinen of het niet of onvoldoende rein houden van ruimtes. Ook indien de lezing van klager wordt gevolgd, blijft vaststaan dat verpakkingen van zijn persoonlijke medicatie tussen het aangetroffen afval werden teruggevonden, zodat de directeur redelijkerwijze kon besluiten dat de inbreuk aan klager kon worden toegeschreven.
Klager is geïnterneerd, maar de klachtencommissie acht geen psychiatrische problematiek denkbaar die het buitengooien van afval zou kunnen verklaren of verschonen.
De directeur kon op basis van de beschikbare gegevens in redelijkheid besluiten dat de tuchtinbreuk bewezen was. De klacht is ongegrond.