Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0214

Non fondée Fondée KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
CELCONTROLE - TUCHT - BEWIJS - VERBODEN SUBSTANTIES - SCHORSING

Het onderzoek van de verblijfsruimte was een beslissing die uitsluitend door de gevangenisdirectie kon worden genomen, aangezien de fouille niet binnen het toepassingsgebied van de Wet op het Politieambt viel. De klacht is ontvankelijk.
Voor fouilles die plaatsvinden in de strafinrichtingen geldt de Basiswet. Hierin wordt met betrekking tot het onderzoek aan de verblijfsruimte bepaald dat deze overeenkomstig de richtlijnen van het inrichtingshoofd en door de leden van het bewakingspersoneel worden doorzocht op hun conformiteit met de in de gevangenis geldende regels, met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid. Het staat niet ter discussie dat de celcontrole in casu enkel door de politie werd uitgevoerd en niet (ook) door bewakingspersoneel van de gevangenis. De Basiswet werd dus geschonden. De klacht is gegrond.

Daaruit volgt evenwel niet noodzakelijk dat ook de daaropvolgende tuchtbeslissing onwettig is. De klachtencommissie acht het aangewezen ook binnen het penitentiaire beklagrecht aansluiting te zoeken bij de algemene evolutie van het Belgische bewijsrecht, waarbij sinds de Antigoon-rechtspraak van het Hof van Cassatie wordt geoordeeld dat een onregelmatigheid bij de bewijsverkrijging niet noodzakelijk leidt tot bewijsuitsluiting. In voorliggende zaak steunt de tuchtbeslissing op voldoende betrouwbare feitelijke gegevens en de rechten van verdediging van klager werden tijdens de tuchtprocedure geëerbiedigd. De klacht tegen de tuchtbeslissing is bijgevolg ongegrond.