KC09/26-0128
Non fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES - GEINTERNEERD
Klager is het niet eens met de bijzondere veiligheidsmaatregel omdat er voorafgaand geen specifiek verhoor plaatsvond en omdat de maatregel volgens hem het karakter van een tuchtsanctie heeft.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie terecht besloot om eerst een tuchtprocedure op te starten, want de feiten (bezit van verboden substanties) hadden het karakter van tuchtrechtelijke inbreuken.
Het is volgens de klachtencommissie wel mogelijk dat de tuchtprocedure wordt stopgezet zonder sanctie (bijvoorbeeld omdat de directie van oordeel is dat de feiten niet aan klager toegerekend kunnen worden gelet op zijn statuut als geïnterneerde) en dat vervolgens een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt opgelegd omdat de directie van oordeel is dat er een gevaar is voor de orde of de veiligheid. De directie kan dit niet stilzwijgend doen.
Omdat de advocate in dit dossier tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting werd ingelicht dat de directie een bijzondere veiligheidsmaatregel meer aangewezen vond en in de bijzondere veiligheidsmaatregel bovendien gemotiveerd wordt waarom geen tuchtsanctie wordt opgelegd, is de klachtencommissie van oordeel dat de bestreden beslissing niet onwettig of onredelijk is. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie beveelt de directie evenwel aan om, indien zich in de toekomst een gelijkaardige situatie voordoet, in het verslag uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te vermelden dat de tuchtprocedure wordt beëindigd en dat de betrokkene vervolgens wordt gehoord in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel.
Klager is het niet eens met de bijzondere veiligheidsmaatregel omdat er voorafgaand geen specifiek verhoor plaatsvond en omdat de maatregel volgens hem het karakter van een tuchtsanctie heeft.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie terecht besloot om eerst een tuchtprocedure op te starten, want de feiten (bezit van verboden substanties) hadden het karakter van tuchtrechtelijke inbreuken.
Het is volgens de klachtencommissie wel mogelijk dat de tuchtprocedure wordt stopgezet zonder sanctie (bijvoorbeeld omdat de directie van oordeel is dat de feiten niet aan klager toegerekend kunnen worden gelet op zijn statuut als geïnterneerde) en dat vervolgens een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt opgelegd omdat de directie van oordeel is dat er een gevaar is voor de orde of de veiligheid. De directie kan dit niet stilzwijgend doen.
Omdat de advocate in dit dossier tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting werd ingelicht dat de directie een bijzondere veiligheidsmaatregel meer aangewezen vond en in de bijzondere veiligheidsmaatregel bovendien gemotiveerd wordt waarom geen tuchtsanctie wordt opgelegd, is de klachtencommissie van oordeel dat de bestreden beslissing niet onwettig of onredelijk is. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie beveelt de directie evenwel aan om, indien zich in de toekomst een gelijkaardige situatie voordoet, in het verslag uitdrukkelijk en ondubbelzinnig te vermelden dat de tuchtprocedure wordt beëindigd en dat de betrokkene vervolgens wordt gehoord in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel.