Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0106

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT

Een gedetineerde kan afstand doen van zijn recht op bijstand van een advocaat. De Raad van State vereist echter dat dergelijke afstand uitdrukkelijk en ondubbelzinning gebeurt. Een beslissing waarbij aan een gedetineerde een tuchtstraf wordt opgelegd zonder dat deze onmiskenbaar afstand heeft gedaan van dit recht, schendt in beginsel de rechten van verdediging van de gedetineerde.
Het is dus aan de directie om zich te verzekeren van het feit dat een gedetineerde ondubbelzinnig afstand doet van dit fundamenteel bijstandsrecht.

De Raad van State oordeelde in het bijzonder dat het feit dat de gedetineerde zijn standpunt alsnog zonder raadsman uiteenzette, geenszins betekent dat er geen sprake meer kan zijn van een schending van de rechten van verdediging.

Er is in het dossier echter geen schriftelijk bewijs te vinden van het feit dat klager expliciet akkoord was om de tuchtrechtelijke hoorzitting van 7 maart 2025 te laten doorgaan zonder advocaat. Dit werd niet genoteerd in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting.

De klachtencommissie is bijgevolg de mening toegedaan dat het recht op bijstand van een advocaat in deze tuchtprocedure werd geschonden.

Om deze redenen is de klacht gegrond.