TUCHT - WANDELING
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie, namelijk ‘het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden’. Hiervoor kreeg klager een bijzondere tuchtsanctie opgelegd van 7 dagen individuele wandeling.
De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten die werden beschreven in twee rapporten aan de directeur.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaart de advocaat van klager dat klager goed aan het sporten was en genoot om buiten te zijn. Klager stelt dat hij niet wist dat het een probleem zou zijn om een half uur extra te voetballen buiten, maar dat hij zijn fout achteraf heeft ingezien. Hij geeft toe dat hij fout was en zegt dat het niet meer zal gebeuren.
De klachtencommissie acht de feiten bewezen. Het staat vast dat klager niet naar binnen kwam toen zijn sectie werd opgeroepen, dit geeft hij ook zelf toe. De klachtencommissie acht het niet aannemelijk dat het omwille van de door klager aangehaalde omstandigheden louter om een vergissing ging, aangezien dit al voor de tweede keer in één week tijd gebeurde. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de directie de inbreuk aan klager kon toerekenen. De directie motiveert dit ook correct in haar beslissing.
De klachtencommissie acht de sanctie ook wettig, redelijk en billijk, gelet op het element van herhaling van de feiten.
De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie, namelijk ‘het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden’. Hiervoor kreeg klager een bijzondere tuchtsanctie opgelegd van 7 dagen individuele wandeling.
De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten die werden beschreven in twee rapporten aan de directeur.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaart de advocaat van klager dat klager goed aan het sporten was en genoot om buiten te zijn. Klager stelt dat hij niet wist dat het een probleem zou zijn om een half uur extra te voetballen buiten, maar dat hij zijn fout achteraf heeft ingezien. Hij geeft toe dat hij fout was en zegt dat het niet meer zal gebeuren.
De klachtencommissie acht de feiten bewezen. Het staat vast dat klager niet naar binnen kwam toen zijn sectie werd opgeroepen, dit geeft hij ook zelf toe. De klachtencommissie acht het niet aannemelijk dat het omwille van de door klager aangehaalde omstandigheden louter om een vergissing ging, aangezien dit al voor de tweede keer in één week tijd gebeurde. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de directie de inbreuk aan klager kon toerekenen. De directie motiveert dit ook correct in haar beslissing.
De klachtencommissie acht de sanctie ook wettig, redelijk en billijk, gelet op het element van herhaling van de feiten.
De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.