Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0531

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEÏNTERNEERDE

De klachtencommissie volgt klager en advocaat in de vaststelling dat een BVM werd opgelegd toen bleek dat de (vermeende) tuchtinbreuk hem niet kon aangerekend worden. Dat er geen tuchtsanctie wordt opgelegd belet evenwel niet dat de directie geen BVM kan opleggen. De gedetineerde kan op het moment dat er beslist wordt geen tuchtsanctie uit te spreken namelijk nog steeds een bedreiging vormen voor de orde en de veiligheid. Zoals de klager stelt heeft de tuchtsanctie een ander doel dan de BVM. In geval de BVM wordt opgelegd om een bedreiging voor de orde en de veiligheid weg te nemen, is er dus geen sprake van een verdoken tuchtsanctie. Dat een BVM naast een tuchtsanctie kan opgelegd worden (maar niet tegelijkertijd) wordt ook met zoveel woorden vermeld in de basiswet : De basiswet erkent dat ook na een tuchtsanctie nog steeds sprake kan zijn van gedrag dat een bedreiging vormt voor de orde en de veiligheid.
De klacht is ongegrond.