Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0527

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - FOUILLE OP HET LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL

Klager werd schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Volgens het RAD merkte een personeelslid op dat er iets tussen klagers broeksriem zat, waarop hij vroeg dit af te geven. Het betrof een zakje met verschillende soorten verboden substanties en verpakkingsmateriaal. Tijdens de fouille voelde de beambte dat er ook nog dingen verstopt zaten in zijn broeksriem op zijn rugzijde. Klager gaf de twee gesloten pakjes tabak af. In opdracht van de directie werd beslist om een lichaamsfouille uit te voeren. Het resultaat van deze fouille was negatief.
Klager geeft op de tuchtrechtelijke hoorzitting aan een drugsproblematiek te hebben en bevestigt dat de gevonden substantie ketamine is.
De klachtencommissie acht de feiten bewezen. Het RAD werd duidelijk opgesteld en klager ontkende de feiten niet tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De directie motiveerde haar beslissing correct.

Wat betreft het aspect van de klacht dat de voorlopige maatregel reeds vier dagen liep en er onmiddellijk daarna werd overgegaan tot ATV zonder klager in te lichten, meent de klachtencommissie vooreerst dat klager wel degelijk op de hoogte is gebracht van de tuchtbeslissing.
De klachtencommissie stelt voorts vast dat de tuchtrechtelijke hoorzitting oorspronkelijk binnen de 72 uur na het opstarten van de voorlopige maatregel zou hebben plaatsgevonden, maar dat deze om onbekende redenen werd uitgesteld naar één dag later. Dit heeft tot gevolg dat klager 73 uur onder voorlopige maatregel verbleef vooraleer hij werd gehoord. Dit tast de wettigheid van de tuchtbeslissing echter niet aan. In ieder geval werd met de voorlopige maatregel rekening gehouden bij het berekenen van de duur van de uiteindelijk sanctie. Ten slotte lijkt klager te insinueren dat er te veel tijd is verstreken tussen het RAD en de hoorzitting. De directeur heeft, na ontvangst van het rapport, zeven dagen om klager te horen. Hieraan is dus voldaan.
Klager kreeg de maximumsanctie. Deze is dus wettig. Gelet op de ernst en de eerdere soortgelijke feiten, valt dit eveneens binnen de grenzen van de redelijkheid.

De klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.