GEÏNTERNEERDE - SCHORSING - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 22 april 2025 van de directie van de gevangenis van Gent.
De Basiswet stelt dat een gedetineerde (in dit geval: geïnterneerde) enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.” De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft.
De directie verwijst in haar motivering naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hiermee spreekt zij zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit argument kan dus niet overtuigen om klager als toerekeningsvatbaar te beoordelen.
Verder schrijft de directie nog dat klager verantwoordelijk is voor de inbreuk op basis van zijn dagelijks gedrag en functioneren dat zou aantonen dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. De directie specifieert echter nergens op welk precies gedrag zij zich baseert voor deze algemene formulering. Net als bij het argument hierboven, gaat de directie niet in op de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie motiveert hiermee naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 22 april 2025 van de directie van de gevangenis van Gent.
De Basiswet stelt dat een gedetineerde (in dit geval: geïnterneerde) enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.” De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft.
De directie verwijst in haar motivering naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hiermee spreekt zij zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit argument kan dus niet overtuigen om klager als toerekeningsvatbaar te beoordelen.
Verder schrijft de directie nog dat klager verantwoordelijk is voor de inbreuk op basis van zijn dagelijks gedrag en functioneren dat zou aantonen dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. De directie specifieert echter nergens op welk precies gedrag zij zich baseert voor deze algemene formulering. Net als bij het argument hierboven, gaat de directie niet in op de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie motiveert hiermee naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.