Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0182

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
VM - TUCHT - GEINTERNEERDE - KWALIFICATIE - BEWIJS

De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.

- De voorlopige maatregel

De klachtencommissie stelt vast dat dan ook door het weigeren van een extra persoon op cel noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang komt. Er is dus geen sprake van een aantasting van de “interne veiligheid”. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust.
Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie.
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot voorlopige maatregel.

- De tuchtbeslissing

Klager werd schuldig wordt bevonden aan het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager werd hiervoor gesanctioneerd met de (afgelopen) voorlopige maatregel in de vorm van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) en vier dagen ATV met uitstel.
Klager ontkent formeel dat hij een inkomende gedetineerde heeft geweigerd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting meldt klager dat zijn celgenoot het probeerde uitleggen toen de deur openging. Vooraleer klager het in het Nederlands kon uitleggen, was de deur al dicht. Zijn advocaat vult hierbij aan dat klager het woord zelf niet genomen heeft. Klager heeft niet geknikt. Hij stond tegen het bed en luisterde naar het gesprek dat in het Frans werd gevoerd.

De klachtencommissie meent dat klager hiermee duidelijke details aanbrengt die leiden tot gerede twijfel over de feiten. Zoals hoger vermeld, dient de directeur dergelijke tegenindicaties te onderzoeken en beoordelen.

De klachtencommissie kan uit het dossier niet afleiden dat de directie nader onderzoek heeft gevoerd naar aanleiding van de aangebrachte tegenindicaties. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie zich heeft gebaseerd op het RAD en de verklaringen van klager en zijn advocaat tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, hoewel uit de beslissing niet blijkt dat ze met de aangevoerde argumenten rekening heeft gehouden. Uit de beslissing zet zij evenmin uiteen waarom zij de tegenindicaties niet verder heeft onderzocht of waarom zij hier geen rekening mee heeft gehouden. De klachtencommissie acht het dan ook onredelijk dat de directie de in het RAD opgenomen feiten zonder meer bewezen achtte, en is van oordeel dat de tuchtrechtelijke inbreuk onvoldoende bewezen is.

De klachtencommissie wenst voor de volledigheid nog toe te voegen dat de tuchtbeslissing ook niet zou volstaan hebben indien de feiten wel bewezen waren. Om een tuchtsanctie op te leggen volstaat het immers niet dat de ten laste gelegde feiten bewezen zijn. Het is aan de directie om te motiveren in haar tuchtbeslissing waarom zij de geïnterneerde, ondanks zijn statuut, toch verantwoordelijk acht voor zijn daden. De klachtencommissie is in dit dossier echter van oordeel dat de directie dit onvoldoende heeft gemotiveerd in haar tuchtbeslissing. De directie haalt geen concrete elementen aan die aantonen dat klager helder en bewust was op het moment van de feiten en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klachtencommissie besluit aan klager de volgende tegemoetkoming toe te kennen: 40 minuten belkrediet.