TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERBODEN VOORWERPEN
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
Ten aanzien van klager werden twee RADs opgesteld:
- het RAD van 11/2/2025
- het RAD van 12/2/2025
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat iemand de drugs in zijn jas verstopt heeft. Hij zit op een quatro-cel; ze wisten dat hij een naaktfouille had gehad. Daarom hebben ze hem uitgekozen. Wat betreft de fysieke agressie, voert klagers advocaat aan dat klager impuls-problemen heeft door zijn ADHD. Klager erkent dat hij niet had mogen slagen. Hij excuseert zich hiervoor.
Het agressie-incident:
De klachtencommissie merkt op dat klager de feiten toegeeft. De directie kon de feiten als bewezen beschouwen.
De verboden substantie:
De klachtencommissie meent dat de directie redelijkerwijze rekening kon houden met het feit dat de drugs werden aangetroffen in klagers jaszak om het tuchtfeit aan klager toe te rekenen. De klachtencommissie verwijst hierbij naar een gelijkaardige beslissing van KC Leuven-Hulp, waarbij deze oordeelde dat een GSM die werd aangetroffen in klager zijn melkfles volstond om klager individueel verantwoordelijk te houden voor de tuchtinbreuk, omdat dit minstens wees op (actieve) medeplichtigheid aan de tuchtinbreuk. De directie – en de klachtencommissie – kan onmogelijk nagaan of de drugs door één van klagers celgenoten werden geplaatst in zijn jaszak. Het is dan ook niet onredelijk van de directie dat zij zich baseert op de vindplaats van de verboden substantie – in klagers jaszak – om de feiten aan klager toe te rekenen.
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 30 dagen ATV. Dit is de wettelijke maximumsanctie. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien niet onredelijk, gegeven het feit dat klager gesanctioneerd werd voor twee afzonderlijke tuchtfeiten- en inbreuken. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee
- het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties
Ten aanzien van klager werden twee RADs opgesteld:
- het RAD van 11/2/2025
- het RAD van 12/2/2025
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat iemand de drugs in zijn jas verstopt heeft. Hij zit op een quatro-cel; ze wisten dat hij een naaktfouille had gehad. Daarom hebben ze hem uitgekozen. Wat betreft de fysieke agressie, voert klagers advocaat aan dat klager impuls-problemen heeft door zijn ADHD. Klager erkent dat hij niet had mogen slagen. Hij excuseert zich hiervoor.
Het agressie-incident:
De klachtencommissie merkt op dat klager de feiten toegeeft. De directie kon de feiten als bewezen beschouwen.
De verboden substantie:
De klachtencommissie meent dat de directie redelijkerwijze rekening kon houden met het feit dat de drugs werden aangetroffen in klagers jaszak om het tuchtfeit aan klager toe te rekenen. De klachtencommissie verwijst hierbij naar een gelijkaardige beslissing van KC Leuven-Hulp, waarbij deze oordeelde dat een GSM die werd aangetroffen in klager zijn melkfles volstond om klager individueel verantwoordelijk te houden voor de tuchtinbreuk, omdat dit minstens wees op (actieve) medeplichtigheid aan de tuchtinbreuk. De directie – en de klachtencommissie – kan onmogelijk nagaan of de drugs door één van klagers celgenoten werden geplaatst in zijn jaszak. Het is dan ook niet onredelijk van de directie dat zij zich baseert op de vindplaats van de verboden substantie – in klagers jaszak – om de feiten aan klager toe te rekenen.
Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 30 dagen ATV. Dit is de wettelijke maximumsanctie. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien niet onredelijk, gegeven het feit dat klager gesanctioneerd werd voor twee afzonderlijke tuchtfeiten- en inbreuken. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.