Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0041

Non fondée Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière Pas de décision du directeur
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR

De klachten gaan over:
- de bijzondere veiligheidsmaatregel (hierna: ‘BVM’) van 22 januari 2025;
- de BVM van 28 januari 2025;
- discriminatie;
- het verzuim van de directie om te handelen bij doodsbedreigingen ten aanzien van klager.

- De BVM van 22 januari 2025

De directeur oordeelde op basis van suïcidedreiging die uitging van klager, zijn vreemde en agressieve uitlatingen, de wartaal die hij sprak en het onvoorspelbaar gedrag dat hij vertoonde, dat er een gevaar voor de orde of veiligheid bestond. Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM werd gemotiveerd en was ten aanzien van klager dan ook gerechtvaardigd.

Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf.

Klager werd gedurende een periode van 7 dagen uitgesloten van gemeenschappelijke activiteiten en werd ondergebracht in een beveiligde cel tenzij zijn toestand een verblijf in een gewone (mono)cel mogelijk maakte. Daarnaast werden hem scherpe voorwerpen ontnomen. Het is volgens de klachtencommissie duidelijk waarom de gekozen maatregelen de bedreiging konden verhelpen.

Hoewel klager schrijft dat hij niet werd gehoord, blijkt uit het verslag van het horen van de gedetineerde in het kader van de BVM het tegendeel. Klager werd, zo volgt uit het verslag, op de hoogte gebracht van de elementen die volgens de directeur een gevaar vormen voor de orde of de veiligheid, en kreeg hierna ook het woord.

De beslissing van de directie is niet onwettig noch onredelijk. Deze klacht is ongegrond.

- De BVM van 28 januari 2025

De Basiswet bepaalt dat bijzondere veiligheidsmaatregelen niet langer mogen duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan maximaal driemaal verlengd worden. Ter verduidelijking wordt er in de Collectieve brief nr. 156 op gewezen dat een met reden omklede beslissing betekent dat opnieuw moet worden geëvalueerd en gemotiveerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.

In voorliggend dossier beslist de directie om de eerste BVM te verlengen.

In de tweede BVM van 28 januari 2025 verwijst zij opnieuw en uitsluitend naar de elementen die aanleiding hebben gegeven tot de eerste BVM. Er is geen motivering waarom er opnieuw een BVM werd genomen. Het eerdere verblijf onder de veiligheidsmaatregel komt in de motivatie niet aan bod en wordt niet geëvalueerd. De klachtencommissie vindt in de motivering dan ook geen enkel element terug waaruit kan afgeleid worden dat klager tijdens het verloop van de vorige BVM gedrag stelde waardoor er nog steeds sprake was van een gevaar voor de orde en/of de veiligheid.

De beslissing tot toepassing van de BVM van 28 januari 2025 is dan ook in strijd met de motiveringsplicht en voldoet niet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020. De klacht is dan ook gegrond.

De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directeur van 28 januari 2025 waarbij zij aan klager een BVM oplegde.

- Discriminatie

Klager schrijft dat hij wordt gediscrimineerd omwille van zijn Joodse geloof en zijn steun voor Israël. Uit zijn klachten volgt ook dat hij van het indienen van zijn (tweede) klacht, reeds 20 dagen op een rabbijn wachtte. De directie heeft zich hierover bevraagd bij het personeel, maar niemand blijkt op de hoogte te zijn van een aanvraag. Verder wordt dit niet geregistreerd.

Uit het dossier blijkt niet dat de directie hieromtrent een beslissing heeft genomen, noch maakt klager het aannemelijk dat hij een verzoek heeft gericht aan de directie en dat zij heeft geweigerd of verzuimd om een beslissing te nemen. Ook omtrent de (algemene) aantijgingen in verband met discriminatie omwille van het joodse geloof, kan de klachtencommissie uit het dossier geen beslissing door of namens de directie ontwaren, noch een verzuim of een weigering om een beslissing te nemen.

Deze klacht is niet-ontvankelijk.

- Het verzuim van de directie om te handelen bij doodsbedreigingen

Klager schrijft over doodsbedreigingen die hij krijgt omwille van zijn geloof. De directie zou hier niets aan doen. Volgens de directeur kaderen deze aantijgingen in een breder betoog.

De klachtencommissie meent dat klager heeft nagelaten om zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. Op basis van de klachtenformulieren van klager en de verklaringen van de directie ter zitting, kan de klachtencommissie geen beslissing van de directeur ontwaren, noch beschikt de klachtencommissie over voldoende aanknopingspunten om te kunnen nagaan of er dan wel sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing te nemen.

De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.