Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0036

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur
CELMUTATIE - ZORGPLICHT - ART. 3 EVRM

De klacht betreft het plaatsen van een derde persoon op de cel van klager in de gevangenis van Gent.

De advocaat van klager schrijft dat er een derde persoon (grondslaper) toegevoegd is op klager zijn cel. Dit geeft aanleiding tot ernstige wrevel. Dit is onwettig aangezien het een duocel betreft en minstens is dit onredelijk gelet op de kleine ruimte. Daarnaast is het plaatsen van een matras in de cel hinderlijk. Er wordt verzocht om klager terug in de situatie te plaatsen van voor hij met drie op cel zat en dus de derde celgenoot te verplaatsen.
Klager zit al gedurende zijn hele detentietijd op de geïnterneerdenvleugel. Hierbij zijn de detentieomstandigheden onleefbaar. Zo is er sprake van een grondslaapsituatie en sprake van muizen die passeren in het cellulaire gedeelte. De directie verzuimt hiermee binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen. Er wordt verzocht om klager een wettelijk conforme cel te voorzien.

Wanneer de klachten over (over)plaatsing in een bepaalde cel te maken hebben met de overbevolkingsproblematiek, is de klachtencommissie van oordeel dat de zorgplicht van de directie van toepassing is. De directie dient namelijk te verzekeren dat de vrijheidsbenemende maatregel of de vrijheidsstraf in menswaardige en veilige omstandigheden ten uitvoer wordt gelegd.

Daarnaast verbiedt artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3 m² in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de betekening van de totale oppervlakte van de cel. Dit laatste werd ook in rechtspraak van de beroepscommissie bevestigd.

De klachtencommissie stelt vast dat er in dit geval wel degelijk een sterk vermoeden is dat klager zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. Een duocel heeft in de gevangenis van Gent namelijk een totale oppervlakte van 9 m².

Wanneer de ruimte voor sanitaire voorzieningen hiehiervan wordt afgetrokken en er met 3 personen op de cel verbleven wordt, beschikt elk van de op de cel aanwezige gedetineerden aldus over minder dan 3 m² per persoon.

Wanneer een gedetineerde minder dan 3 m² persoonlijke ruimte heeft, impliceert dit nog niet dat er effectief een schending is van art. 3 EVRM.
Het sterk vermoeden kan volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan :
- De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² zijn kort, incidenteel en gering;
- De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
- De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.

De klachtencommissie is van oordeel dat het vermoeden in dit geval niet door de directie weerlegd kan worden.

Enerzijds houdt de klachtencommissie rekening met de werkelijke duur dat klager in de cel in kwestie met drie personen heeft doorgebracht, zijnde drie maanden met enkel zeer korte onderbrekingen. Er is dus geen sprake van een geringe of incidentele periode.

Klager meldt bijkomend dat hij tijdens deze periode geen werk had. Behoudens de dagelijkse wandeling, had hij m.a.w. weinig mogelijkheden om tijd buiten de verblijfruimte door te brengen.

Ten slotte wordt door de klachtencommissie nog enkele bijzondere leefomstandigheden in aanmerking genomen, met name het feit dat klager in een cel met 2 mede-geïnterneerden verbleef en dat er een groot gebrek was aan privacy. Klager heeft daarnaast gedurende de hele periode op de grond moeten slapen, waarbij hij ook de aanwezigheid van muizen als een verzwarende omstandigheid besprak.

Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond als in strijd zijnde met artikel 3 EVRM. Daarnaast strookt ze evenmin met de zorgplicht die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.

De beslissing waarbij er een derde persoon in de cel van klager werd geplaatst, is aldus onwettig.

De klachtencommissie acht de klacht gegrond.