TUCHT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TERMIJN
De klachten gaan over
1) een tuchtbeslissing van 30 november 2024 (KC0924-0431 en -0436);
2) een toekomstige tuchtbeslissing die door de directie genomen zou worden op 19 december 2024 (KC09/24-0464).
De klachten over de tuchtbeslissing van 30 november 2024 (KC0924-0431 en -0436) zijn ontvankelijk, maar ongegrond:
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager van 28 november 2024 en op basis van hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 30 november 2024.
Ook naar het oordeel van de klachtencommissie bracht klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geen tegenaanwijzingen aan. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie gaf klager bovendien toe de woorden te hebben gebruikt, maar dit zelf geen bedreigingen te vinden. De klachtencommissie treedt de directie bij dat de bewoordingen wel degelijk als bedreigingen en dus als de “aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” gekwalificeerd konden worden. De schuld van klager aan de tuchtrechtelijke inbreuk staat met andere woorden vast.
De directie kan voor inbreuken van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig of onredelijk. De klachten over de tuchtbeslissing van 30 november 2024 zijn ongegrond.
De klacht over een tuchtbeslissing die nog door de directie genomen moest worden (KC09/24-0464), is niet-ontvankelijk:
Klager dient klacht in over een beslissing die nog moet / zal genomen worden in de toekomst. De klacht werd ingediend op 17 december 2024. Klager verwijst naar een beslissing die genomen zou worden op 19 december 2024. Uit de stukken van het dossier blijkt dat er op 20 december 2024 een beslissing van de directie aan klager werd betekend. Deze klacht van klager is voorbarig en daarom niet-ontvankelijk.
De klachten gaan over
1) een tuchtbeslissing van 30 november 2024 (KC0924-0431 en -0436);
2) een toekomstige tuchtbeslissing die door de directie genomen zou worden op 19 december 2024 (KC09/24-0464).
De klachten over de tuchtbeslissing van 30 november 2024 (KC0924-0431 en -0436) zijn ontvankelijk, maar ongegrond:
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager van 28 november 2024 en op basis van hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 30 november 2024.
Ook naar het oordeel van de klachtencommissie bracht klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting geen tegenaanwijzingen aan. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie gaf klager bovendien toe de woorden te hebben gebruikt, maar dit zelf geen bedreigingen te vinden. De klachtencommissie treedt de directie bij dat de bewoordingen wel degelijk als bedreigingen en dus als de “aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” gekwalificeerd konden worden. De schuld van klager aan de tuchtrechtelijke inbreuk staat met andere woorden vast.
De directie kan voor inbreuken van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig of onredelijk. De klachten over de tuchtbeslissing van 30 november 2024 zijn ongegrond.
De klacht over een tuchtbeslissing die nog door de directie genomen moest worden (KC09/24-0464), is niet-ontvankelijk:
Klager dient klacht in over een beslissing die nog moet / zal genomen worden in de toekomst. De klacht werd ingediend op 17 december 2024. Klager verwijst naar een beslissing die genomen zou worden op 19 december 2024. Uit de stukken van het dossier blijkt dat er op 20 december 2024 een beslissing van de directie aan klager werd betekend. Deze klacht van klager is voorbarig en daarom niet-ontvankelijk.