Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0375

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
GEÏNTERNEERDE - VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING

De klacht is tweeledig en betreft:
- De beslissing van 1 november 2024 tot oplegging van een voorlopige maatregel.
- De beslissing van 4 november 2024 tot oplegging van een tuchtsanctie.

De klacht met betrekking tot de beslissing tot voorlopige maatregel is ongegrond:
De voorlopige maatregel werd door de directie in de beslissing gemotiveerd in 1 zin: ‘vechtpartij op cel, celgenoot bedreigd met een mes’.
De klachtencommissie meent dat de directie voldoende gemotiveerd heeft hoe het gedrag van klager op het moment van de beslissing een gevaar voor de orde en veiligheid inhield. Samengelezen met het RAD, dat eerder die dag ten aanzien van klager werd opgesteld en welke het volledig verloop van de feiten en de houding van klager weergeeft, kan duidelijk geoordeeld worden dat er sprake was van een fysieke bedreiging ten aanzien van een mede-gedetineerde. De beslissing werd aldus voldoende gemotiveerd Om deze redenen is deze klacht ongegrond.

De klacht met betrekking tot de tuchtbeslissing is gegrond:
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).

De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er wordt verwezen naar het RAD en naar de vaststellingen door de beambte, maar er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De tuchtbeslissing dient te worden vernietigd en moet geschrapt worden uit het tuchtregister van klager.
De klachtencommissie kent aan klager de gevraagde tegemoetkoming van drie (3) extra video calls toe.