GEÏNTERNEERDE - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent van 10 september 2024.
Klager kreeg een voorwaardelijke tuchtsanctie van 5 dagen ATV omdat hij door de directie schuldig werd bevonden aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
In de zeer summiere motivering van de tuchtbeslissing van 10 september 2024 wordt zelfs niet verwezen naar het statuut van klager. De directie motiveert dan ook niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent van 10 september 2024.
Klager kreeg een voorwaardelijke tuchtsanctie van 5 dagen ATV omdat hij door de directie schuldig werd bevonden aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
In de zeer summiere motivering van de tuchtbeslissing van 10 september 2024 wordt zelfs niet verwezen naar het statuut van klager. De directie motiveert dan ook niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.