KC09/24-0286
Fondée
Compensation
KC - Gent
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - BEWIJS - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - MEERPERSOONSCEL - SCHORSING - TEGEMOETKOMING
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 12 september 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De directeur stelt zélf dat er een gsm werd gevonden op een meerpersoonscel en dat niet kon bewezen worden van wie van de celgenoten de gsm was. De directie stelt verder het idee te hebben dat alle celgenoten van de gsm gebruik maakten, maar kan dit niet staven. Dit is in strijd met het vermoeden van onschuld.
De directie heeft op geen enkele manier aangetoond dat het klager was die zich schuldig maakte aan “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”. De klachtencommissie wenst nog te wijzen op de internationale consensus over het gegeven dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn. Er anders over oordelen kan leiden tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling, waarbij in het bijzonder zwakkere gedetineerden riskeren uitgebuit te worden. Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht gegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 12 september 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De directeur stelt zélf dat er een gsm werd gevonden op een meerpersoonscel en dat niet kon bewezen worden van wie van de celgenoten de gsm was. De directie stelt verder het idee te hebben dat alle celgenoten van de gsm gebruik maakten, maar kan dit niet staven. Dit is in strijd met het vermoeden van onschuld.
De directie heeft op geen enkele manier aangetoond dat het klager was die zich schuldig maakte aan “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”. De klachtencommissie wenst nog te wijzen op de internationale consensus over het gegeven dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn. Er anders over oordelen kan leiden tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling, waarbij in het bijzonder zwakkere gedetineerden riskeren uitgebuit te worden. Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht gegrond.