Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0246

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De klacht is gericht tegen een beslissing van de directie van de gevangenis van Gent van augustus 2024 waarbij klaagster werd afgezet van haar werk als naaister.

Op 2 augustus 2024 stelde een beambte een rapport aan de directeur op, waarin werd vastgesteld dat in de kast van klaagster stukken werden gevonden om riemen te maken, afkomstig uit het werkhuis waar klaagster als naaister werkte. In het RAD staat ook dat klaagster toegaf dat ze de spullen had gestolen. De directie heeft klaagster over dit rapport gehoord. Tijdens dit gesprek ontkende klaagster de feiten en stelde ze dat ze het gevonden material meekreeg van een beambte van het werkhuis. De directie deed navraag bij de beambte, waaruit bleek dat klaagster geen toestemming had. Wanneer klaagster hiermee werd geconfronteerd, beweerde ze dat het om een andere beambte ging maar dat ze niet meer wist welke beambte.

De klachtencommissie treedt de directie bij dat klaagster een onsamenhangend verhaal over de feiten bracht. In eerste instantie gaf klaagster toe dat ze materiaal van de werkplaats had ontvreemd. De klachtencommissie begrijpt dan ook dat de vertrouwensrelatie werd geschonden en vindt de redenen van de directie voldoende als motivering om klaagster af te zetten van haar werk als naaister. De klachtencommissie acht het ontslag van klaagster niet onwettig, onredelijk of onevenredig.
De klacht is ongegrond.