Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0212

Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
KLACHTENPROCEDURE - TUCHT - TERMIJN - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De klachten gaan over (het niet verwijderen uit het tuchtregister van klager van) tuchtbeslissingen van de gevangenisdirectie van Gent van 30 december 2022, 23 januari 2023, 1 februari 2023, 6 maart 2023, 24 mei 2023, 30 mei 2023, 20 juli 2023, 14 juli 2023, 26 juli 2023, 29 juli 2023, 2 september 2023, 22 februari 2024 en 29 juli 2024.

De klacht over het niet verwijderen van de tuchtbeslissing van 20 juli 2023 uit het tuchtregister van klager, is ontvankelijk en gegrond:
De beslissing van de klachtencommissie in het dossier KC09/23-0131 dateert van 13 december 2023 en werd op 20 december 2023 aan de directie betekend. Er werd geen beroep aangetekend tegen deze beslissing. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie verzuimd heeft om de beslissing van de klachtencommissie onmiddellijk uit te voeren. Uit de klacht van klager en het door hem toegevoegde tuchtregister blijkt dat de tuchtbeslissing 7 maanden na de beslissing van de klachtencommissie nog steeds niet uit het tuchtregister verwijderd werd. De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie nogmaals op elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.

De klacht over tuchtbeslissingen van 30 december 2022, 23 januari 2023, 1 februari 2023, 6 maart 2023, 24 mei 2023, 30 mei 2023, 14 juli 2023, 26 juli 2023, 29 juli 2023, 2 september 2023 en 22 februari 2024, is niet-ontvankelijk:
De klachtencommissie heeft geen beslissingen genomen waarbij zij deze tuchtbeslissingen vernietigde. Het gaat om beslissingen in de periode 30 december 2022 – 22 februari 2024. De klacht van klager dateert van 29 juli 2024. Het is te laat om voor een eerste keer klacht in te dienen tegen deze beslissingen. Een klacht moet uiterlijk worden ingediend op de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Klager haalt geen enkele reden aan waarom hij zijn klacht dermate laat indient. De klacht met betrekking tot deze tuchtbeslissingen is dan ook niet-ontvankelijk.

De klacht over de tuchtbeslissing van 29 juli 2024 is ontvankelijk en gegrond:
De Basiswet stelt dat een gedetineerde (in dit geval: geïnterneerde) enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.” De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft.

De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De tuchtbeslissingen dient te worden vernietigd en moet gewist worden uit het tuchtregister van klager.