KC09/24-0205
Fondée
Compensation
KC - Gent
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 15 juli 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. In tegendeel, in de motivering staat dat de betrokkene weinig schuldinzicht heeft. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De tuchtbeslissing dient te worden vernietigd en moet gewist worden uit het tuchtregister van klager.
Gezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 1 toilettas, 1x vervangscheermesjes, 1 bodymelk, 1 tandpasta, 1 aftershave en 1 deoroller uit het in de gevangenis beschikbare kantine-aanbod.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 15 juli 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).
De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. In tegendeel, in de motivering staat dat de betrokkene weinig schuldinzicht heeft. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De tuchtbeslissing dient te worden vernietigd en moet gewist worden uit het tuchtregister van klager.
Gezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 1 toilettas, 1x vervangscheermesjes, 1 bodymelk, 1 tandpasta, 1 aftershave en 1 deoroller uit het in de gevangenis beschikbare kantine-aanbod.