Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0127

Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
GEÏNTERNEERDE - BEVEILIGDE CEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - HYGIËNE - VOEDING - KANTINE - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klachten gaan over volgende zaken die zich voordeden tijdens het verblijf van klager in eenbeveiligde cel:
1) zich niet kunnen wassen en scheren op 26 april 2024
2) geluidsoverlast en slaapverstoring, veroorzaakt door medische stagestudenten;
3) het bedelen van andere maaltijden dan deze op de gewone secties;
4) de schending van zijn recht om via de kantine aankopen te mogen doen.

Klachten 1 t.e.m. 3 zijn daarom niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij zich niet kon wassen of scheren. Hij zegt echter zelf dat er diedag wel een ploeg van cipiers langskwam om er voor te zorgen dat klager verse kleren en (een halve liter) warm water kreeg om zich in de cel te wassen met een washandje. Het is onduidelijk waarom klager zich niet heeft kunnen wassen of scheren. Klager verwijst niet naar een (verzuim van) beslissing van of namens de directie van de gevangenis.
Waar klager stelt dat de maaltijden in de beveiligde cel anders zouden zijn dan de maaltijden op de “gewone” secties, stelt de directeur dat deze dezelfde zijn. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. De klachtencommissie kan geen beslissing van de directie ontwaren waarop de klacht betrekking heeft. Tot slot wordt ook de klacht over geluidoverlast en verstoring van de slaap van klager, niet in verband gebracht met een beslissing door of namens de directeur. Klager verwijst naar medische stagestudenten. Klachten 1 t.e.m. 3 zijn daarom niet-ontvankelijk.

Klacht 6 is ontvankelijk en gegrond:
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een
beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk beslissingen om klager in een beveiligde cel te verplaatsen. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie kan begrijpen dat bepaalde voorwerpen die via de kantine kunnen worden aangekocht, een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid, bijvoorbeeld omdat zij scherp zijn etc. De directie kan echter niet zomaar in het algemeen het recht op kantine ontzeggen omdat een gedetineerde in een beveiligde cel verblijft. Gelet op het gegeven dat klager geen tegemoetkoming vraagt, beperkt de klachtencommissie zich tot de vaststelling dat de klacht gegrond is.