Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0122

Non fondée Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
GEÏNTERNEERDE - BEVEILIGDE CEL - HYGIËNE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - POST - VOEDING - KANTINE

De klachten gaan over volgende zaken die zich voordeden tijdens het verblijf van klager in een beveiligde cel:
1) niet mogen douchen en het niet krijgen van verse kledij op woensdag 24 april 2024;
2) niet overhandigen van officiële documenten die op hem betrekking hebben;
3) geluidsoverlast en slaapverstoring, veroorzaakt door medische stagestudenten;
4) het openen en delen van zijn post;
5) het bedelen van andere maaltijden dan deze op de gewone secties;
6) de schending van zijn recht om via de kantine aankopen te mogen doen.

Klachten 1 en 2 zijn ontvankelijk, maar ongegrond:
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk een beslissing om klager in een beveiligde cel te verplaatsen (hij werd ook geregeld van beveiligde cel veranderd: cfr. KC09/24-0104 en -0109). Tot slot is het inrichtingshoofd verantwoordelijk om er zorg voor te dragen dat een gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijke en lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen. De klacht is ontvankelijk.

De klacht over niet mogen douchen en het niet krijgen van verse kledij (klacht 1) is ongegrond:
De directie betwist niet dat klager inderdaad niet mocht douchen en geen verse kledij ontving op woensdag 24 april 2024. In het register van verblijf in de beveiligde cel staat bij “douchen” op 24 april 2024 ook “niet van toepassing”. Volgens de gevangenisdirectie van Gent kunnen gedetineerden die in een beveiligde- of strafcel
verblijven om de 2 dagen douchen. De douchemomenten zijn echter anders dan degene op de gewone secties. Het klopt dat klager op de gewone sectie (onder andere) op woensdag kon douchen. In de veiligheidscel kon hij dat niet, maar wel op andere dagen. Dat klager op woensdag 24 april 2024 niet mocht douchen, is dus niet onwettig. Klager toont niet aan dat hierdoor zijn recht op persoonlijke verzorging en hygiëne werd geschonden en haalt verder ook geen elementen aan waaruit zou blijken dat deze beslissing onredelijk was. De klachtencommissie acht het ook niet onwettig of onredelijk dat een gedetineerde niet elke dag een pakket met verse kledij krijgt. Volgens de directie krijgen gedetineerden op de “douche-dagen” steeds een pakket met kledij, waarin ook ondergoed zit. Klager toont niet aan dat hij op 24 april 2024 over onvoldoende propere kledij beschikte. De klacht is ongegrond.

De klacht over niet overhandigen van officiële documenten die op klager betrekking hebben (klacht 2) is ongegrond:
De directie betwist niet dat klager inderdaad geen documenten bij zich mocht hebben op de beveiligde cel. Dit is volgens de directie om veiligheidsredenen. Na het verblijf in de beveiligde cel kan de gedetineerde deze documenten wel bij zich houden. Deze maatregel is volgens de klachtencommissie niet onwettig of onredelijk, zeker gelet de directie handelde in het kader van een IBVR waarin werd bepaald dat klager in een beveiligde cel werd geplaatst zonder voorwerpen die gevaarlijk konden zijn.

Klachten 3, 4 en 5 zijn niet-ontvankelijk:
Klager stelt dat zijn post wordt geopend en gelezen, terwijl de directie stelt dat er geen dergelijke beslissing voorligt. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. Klager bewijst dit niet. De klacht wordt niet in verband gebracht met een beslissing van of namens de directeur.
Hetzelfde geldt voor de klacht over de maaltijden: waar klager stelt dat deze anders zouden zijn dan de maaltijden op de “gewone” secties, stelt de directeur dat deze dezelfde zijn. De klachtencommissie kan geen beslissing van de directie ontwaren waarop de klacht betrekking heeft. Tot slot wordt ook de klacht over geluidoverlast en verstoring van de slaap van klager, niet in verband gebracht met een beslissing door of namens de directeur. Klager verwijst naar medische stagestudenten. Klachten 3, 4 en 5 zijn daarom niet-ontvankelijk.

Klacht 6 is ontvankelijk en gegrond:
Zelfde redenering over de ontvankelijkheid als bij klacht 1 & 2.
Bovendien geeft de directie ook toe dat gedetineerden die in een beveiligde cel of strafcel verblijven, standaard belet worden om kantine-aankopen te doen. Dit blijkt dus een algemene beleidsbeslissing in de gevangenis van Gent te zijn, die specifiek ook op de individuele situatie van klager werd toegepast tijdens zijn verblijf onder IBVR.

Een gedetineerde heeft het recht om binnen de door de huishoudelijk reglement bepaalde perken, op eigen kosten gebruiks- en verbruiksgoederen aan te schaffen uit een aanbod dat door tussenkomst van een in elke gevangenis in te richten kantinedienst wordt verstrekt en dat zoveel mogelijk tegemoet komt aan de behoeften van de gedetineerden. Dit recht kan aan een gedetineerde enkel ontzegd worden bij wijze van tuchtsanctie. Op klager was geen tuchtsanctie, maar een IBVR van toepassing.
De klachtencommissie kan begrijpen dat bepaalde voorwerpen die via de kantine kunnen worden aangekocht, een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid, bijvoorbeeld omdat zij scherp zijn etc. De directie kan echter niet zomaar in het algemeen het recht op kantine ontzeggen omdat een gedetineerde in een beveiligde cel verblijft. Gelet op het gegeven dat klager geen tegemoetkoming vraagt, beperkt de klachtencommissie zich tot de vaststelling dat de klacht gegrond is.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/25-0051