Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0068

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager werd schuldig bevonden aan tuchtinbreuken van de tweede categorie, namelijk ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’.

De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager en op basis van hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.

In het RAD beschreef een penitentiair beambte volgende feiten: “[klager] verstoort de rust op vleugel A door aanhoudend tegen zijn deur te schoppen. Wanneer ddPBAP […] naar boven komt om te vragen wat dit te betekenen heeft, wordt hem op een onbeleefde manier geantwoord dat hij “gewoon zijn benen aan het trainen is” en “dat hij hem met rust moet laten omdat iedereen dat hier doet”.

Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelde klager dat hij niet aan het stampen, maar wel aan het kloppen was op de deur omdat hij lang moest wachten op een cipier nadat hij op de bel had gedrukt. Hij gaf toe dat dit uit frustratie was. Hij betwistte enkel hetgeen hij tegen de ddPBAP gezegd zou hebben.

De schuld van klager aan de tuchtrechtelijke inbreuken staat met andere woorden vast.

De directie kan voor inbreuken van de tweede categorie een maximumsanctie van 15 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onwettig.

Klager brengt verder geen argumenten aan waarom hij het niet eens is met de tuchtbeslissing.

De klacht is ongegrond.