KC09/24-0009
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - VOEDING
Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie gaf klager aan dat hij zijn klacht indiende nog voor een tuchtbeslissing werd genomen, maar dat hij wel klacht wou indienen tegen de tuchtbeslissing. Ook in zijn schriftelijke klacht stelt klager “men gaat een tuchtmaatregel opleggen”. Uit het dossier blijkt dat klager hiermee verwees naar de tuchtrechtelijke hoorzitting die zou plaatsvinden. Op het moment dat klager zijn klacht indiende, werd dus nog geen tuchtbeslissing genomen. Klager diende op dat moment zelfs eerst nog door de directie gehoord te worden. De klacht was dus voorbarig. De klachtencommissie kan geen klacht behandelen die gericht is tegen een beslissing die hypothetisch door de directie zou kunnen worden genomen.
Daarnaast stelde de advocaat van klager tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie zelf dat hij en zijn cliënt zich aansloten bij het verweer van de directie waar zij stelde dat de klacht over de voeding niet-ontvankelijk was. Tot slot stelt klager dat hij niet wil dat men in de toekomst nog een derde persoon bij hem en zijn celgenoot tracht te plaatsen. Het voorwerp van de klacht van klager was echter niet de beslissing van de directie waarbij een derde persoon op zijn cel werd geplaatst, maar het gegeven dat mogelijks een tuchtsanctie zou worden opgelegd wegens het weigeren van deze derde persoon.
De klachtencommissie stelt met andere woorden vast dat er aan de basis van de klacht geen beslissing van of namens de directie, noch een verzuim van de directie ten grondslag ligt.
De klacht is daarom niet-ontvankelijk.
Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie gaf klager aan dat hij zijn klacht indiende nog voor een tuchtbeslissing werd genomen, maar dat hij wel klacht wou indienen tegen de tuchtbeslissing. Ook in zijn schriftelijke klacht stelt klager “men gaat een tuchtmaatregel opleggen”. Uit het dossier blijkt dat klager hiermee verwees naar de tuchtrechtelijke hoorzitting die zou plaatsvinden. Op het moment dat klager zijn klacht indiende, werd dus nog geen tuchtbeslissing genomen. Klager diende op dat moment zelfs eerst nog door de directie gehoord te worden. De klacht was dus voorbarig. De klachtencommissie kan geen klacht behandelen die gericht is tegen een beslissing die hypothetisch door de directie zou kunnen worden genomen.
Daarnaast stelde de advocaat van klager tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie zelf dat hij en zijn cliënt zich aansloten bij het verweer van de directie waar zij stelde dat de klacht over de voeding niet-ontvankelijk was. Tot slot stelt klager dat hij niet wil dat men in de toekomst nog een derde persoon bij hem en zijn celgenoot tracht te plaatsen. Het voorwerp van de klacht van klager was echter niet de beslissing van de directie waarbij een derde persoon op zijn cel werd geplaatst, maar het gegeven dat mogelijks een tuchtsanctie zou worden opgelegd wegens het weigeren van deze derde persoon.
De klachtencommissie stelt met andere woorden vast dat er aan de basis van de klacht geen beslissing van of namens de directie, noch een verzuim van de directie ten grondslag ligt.
De klacht is daarom niet-ontvankelijk.