KC09/24-0004
Non fondée
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
Pas de décision du directeur
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEÏNTERNEERDE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De gaat over een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 20 december 2023 van de directie van de gevangenis en over grensoverschrijdendgedrag.
De klacht over de beslissing tot toepassing van een BVM:
De bestreden BVM werd opgelegd op een moment dat reeds bijzondere veiligheidsmaatregelen van toepassing waren ten aanzien van klager.
De directie meende dat het nodig was om verder bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager op te leggen omdat klager kampte met waanideeën. Ondanks dat hij op het moment dat hij gehoord werd rustig was, was hij wel nog steeds boos op de directie omdat ze “spelletjes met hem speelde”. De directie ging voor het opleggen van de beslissing ook in overleg met de sectie en lesgever van klager. Op basis daarvan meende zij dat klager wel in staat was om in een kleine, prikkelarme groep te functioneren maar niet in een grote groep. Ze besloot wel dat klager mocht deelnemen aan lessen en fitness, in tegenstelling tot de vorige bijzondere veiligheidsmaatregel die ten aanzien van hem liep.
De directie haalt in de bestreden beslissing nieuwe elementen aan waaruit blijkt dat het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel noodzakelijk was. Hoewel er op het moment dat de beslissing genomen werd, reeds bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager liepen, is de bestreden beslissing te beschouwen als een nieuwe, op zich staande beslissing. Zij berust niet op dezelfde juridische en feitelijke grondslagen als de eerdere BVM’s die ten aanzien van klager werden opgelegd.
Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis
als ten aanzien van klager zelf. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht over grensoverschrijdend gedrag is niet-ontvankelijk:
Klager diende al zeer veel klachten in over problemen met zijn televisie (cfr. o.a. KC09/23-0061, KC09/23-0219, KC09/23-0241, KC09/23-0249). De directie stelde telkens dat er geen beperkingen aan het aanbod van televisiezenders ten aanzien van klager werden opgelegd. De directie stelt ook in deze klacht dat er geen beslissing door haar werd genomen. De klachtencommissie ziet geen reden om hieraan te twijfelen.
Voor het overige is de klacht van klager dan ook niet-ontvankelijk.
De gaat over een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) van 20 december 2023 van de directie van de gevangenis en over grensoverschrijdendgedrag.
De klacht over de beslissing tot toepassing van een BVM:
De bestreden BVM werd opgelegd op een moment dat reeds bijzondere veiligheidsmaatregelen van toepassing waren ten aanzien van klager.
De directie meende dat het nodig was om verder bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager op te leggen omdat klager kampte met waanideeën. Ondanks dat hij op het moment dat hij gehoord werd rustig was, was hij wel nog steeds boos op de directie omdat ze “spelletjes met hem speelde”. De directie ging voor het opleggen van de beslissing ook in overleg met de sectie en lesgever van klager. Op basis daarvan meende zij dat klager wel in staat was om in een kleine, prikkelarme groep te functioneren maar niet in een grote groep. Ze besloot wel dat klager mocht deelnemen aan lessen en fitness, in tegenstelling tot de vorige bijzondere veiligheidsmaatregel die ten aanzien van hem liep.
De directie haalt in de bestreden beslissing nieuwe elementen aan waaruit blijkt dat het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel noodzakelijk was. Hoewel er op het moment dat de beslissing genomen werd, reeds bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager liepen, is de bestreden beslissing te beschouwen als een nieuwe, op zich staande beslissing. Zij berust niet op dezelfde juridische en feitelijke grondslagen als de eerdere BVM’s die ten aanzien van klager werden opgelegd.
Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis
als ten aanzien van klager zelf. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht over grensoverschrijdend gedrag is niet-ontvankelijk:
Klager diende al zeer veel klachten in over problemen met zijn televisie (cfr. o.a. KC09/23-0061, KC09/23-0219, KC09/23-0241, KC09/23-0249). De directie stelde telkens dat er geen beperkingen aan het aanbod van televisiezenders ten aanzien van klager werden opgelegd. De directie stelt ook in deze klacht dat er geen beslissing door haar werd genomen. De klachtencommissie ziet geen reden om hieraan te twijfelen.
Voor het overige is de klacht van klager dan ook niet-ontvankelijk.