Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0244

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - WANDELING - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht is gericht tegen een ordemaatregel van de directie van de gevangenis waarbij aan klager een beperking van zijn deelname aan de gemeenschappelijke wandeling wordt opgelegd. Meer bepaald wordt hij gedurende 4 van de 7 dagen van de week uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke wandeling.

De maatregel werd opgelegd omwille van een agressie-incident ten aanzien van een andere gedetineerde en om beide gedetineerden van elkaar te scheiden. Aangezien beide gedetineerden werkzaam zijn in de voormiddag, kunnen zijn enkel aansluiten bij de gemeenschappelijke “groene” wandeling. Voor de fysieke en psychische veiligheid van zichzelf en derden ziet de directie zich genoodzaakt om een beurtrol voor de wandeling op te leggen: klager mag aan de “groene” gemeenschappelijke wandeling deelnemen op dinsdag, donderdag en zaterdag maar niet op maandag, woensdag, vrijdag en zondag. De ordemaatregel wordt niet in de tijd beperkt.

Volgens artikel 79 van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht aan gemeenschappelijke ontspanningsactiviteiten deel te nemen gedurende de uren die in het huishoudelijk reglement worden bepaald, behoudens de door of krachtens de Basiswet bepaalde uitzonderingen. De gemeenschappelijke wandeling is een gemeenschappelijke ontspanningsactiviteit die wordt geregeld in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Gent. Dit recht kan aan klager slechts worden ontnomen behoudens de door of krachtens de Basiswet bepaalde uitzonderingen. Een gedetineerde kan volgens de Basiswet door de directeur enkel worden uitgesloten van de gemeenschappelijke wandeling door het nemen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (art. 112,§1, 2° Basiswet) of in het kader van een bijzondere tuchtsanctie (art. 133, 5° Basiswet).

De directie kon klager wel degelijk uitsluiten van de gemeenschappelijke wandeling omwille van de aangehaalde veiligheidsoverwegingen, doch diende daarbij de bepalingen rond het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel na te leven. Doordat de uitsluiting van de gemeenschappelijke wandeling ten aanzien van klager wordt opgelegd zonder inachtneming van die bepalingen en zonder beperking in de tijd worden aan klager immers bepaalde wettelijke waarborgen ontzegd. Zo kan een bijzondere veiligheidsmaatregel slechts worden opgelegd voor een duur van 7 dagen en kan deze maximaal drie keer verlengd worden.
De ordemaatregel is daarom niet wettig, waardoor de klacht gegrond is.

De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel en draagt de directie op deze om te vormen naar een bijzondere veiligheidsmaatregel zoals bedoeld in titel VI, Hoofdstuk III, afdeling II van de Basiswet.