TUCHT
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende
goederen, of de bedreiging daarmee, alsook aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen de bevelen van het personeel”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in 2rapporten aan de directeur (“RAD”) over klager, een RAD en op basis van hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
De RAD beschrijven precies de situatie en de handelingen die klager heeft gesteld. De RAD werden door 2 verschillende beambten opgesteld, in tegenstelling tot hetgeen klager tijdens de
tuchtrechtelijke hoorzitting beweerde. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Uit het dossier blijkt dat klager een celstaat ondertekende. Hiermee verklaarde hij dat de securifort nog in orde was. Klager kon geen reden geven waarom de securifort 6 dagen later kapot was.
Hij maakte bovendien niet aannemelijk dat hij de bewoordingen die in het RAD vermeld stonden, niet gebruikt zou hebben, noch waarom het RAD onwaarheden zou bevatten.
De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op de rapporten aan de directeur en de tuchtinbreuken als bewezen beschouwen. De directeur heeft daarnaast de PBAP van de vleugel als
getuige gehoord, waardoor de feitenvinding meer dan zorgvuldig gebeurde. De tuchtbeslissing werd bovendien grondig gemotiveerd. De tuchtbeslissing is niet onwettig. De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende
goederen, of de bedreiging daarmee, alsook aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen de bevelen van het personeel”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in 2rapporten aan de directeur (“RAD”) over klager, een RAD en op basis van hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
De RAD beschrijven precies de situatie en de handelingen die klager heeft gesteld. De RAD werden door 2 verschillende beambten opgesteld, in tegenstelling tot hetgeen klager tijdens de
tuchtrechtelijke hoorzitting beweerde. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.
Uit het dossier blijkt dat klager een celstaat ondertekende. Hiermee verklaarde hij dat de securifort nog in orde was. Klager kon geen reden geven waarom de securifort 6 dagen later kapot was.
Hij maakte bovendien niet aannemelijk dat hij de bewoordingen die in het RAD vermeld stonden, niet gebruikt zou hebben, noch waarom het RAD onwaarheden zou bevatten.
De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op de rapporten aan de directeur en de tuchtinbreuken als bewezen beschouwen. De directeur heeft daarnaast de PBAP van de vleugel als
getuige gehoord, waardoor de feitenvinding meer dan zorgvuldig gebeurde. De tuchtbeslissing werd bovendien grondig gemotiveerd. De tuchtbeslissing is niet onwettig. De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV, wat ruim binnen de maximumduur valt. De tuchtsanctie is niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.