KC09/23-0188
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHED - WANDELING - GEÏNTERNEERDE
De klacht gaat over een beslissing waarbij aan klager gedurende 7 dagen een verbod werd opgelegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke sportactiviteit, meer bepaald voetbal.
Het staat voor de klachtencommissie niet ter discussie dat deze beslissing niet door de directeur werd genomen. Er bestaat echter wel onenigheid tussen enerzijds klager, die stelt dat deze beslissing minstens namens de directie of op basis van een delegatie door de directie werd genomen, en anderzijds de directie, die stelt dat het om een autonome beslissing van de zorgequipe gaat waar de directie niet in tussenkomt.
Het “recht op een dagelijkse wandeling of andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht”, zoals voorzien in de Basiswet, werd niet geschonden. De directeur legde uit dat dit recht voor mensen in het zorgtraject wel wordt ingevuld door de “zorgwandeling” en daar niet complementair aan is, maar klager bevestigde dat hij gedurende de 7 dagen dat hij niet mocht deelnemen aan het voetbal, wel kon gaan wandelen. Zijn recht op een dagelijkse wandeling werd dus niet ingeperkt.
Daarnaast is gebleken dat ook het “recht op lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week” niet werd ingeperkt. De sportactiviteiten in het kader van de zorg zijn immers (in tegenstelling tot de wandeling in het kader van de zorg) complementair aan de “gewone” activiteiten in de gevangenis. Klager betwist ook niet dat hij desgewenst wel nog kon deelnemen aan de “gewone” sportactiviteiten”.
De deelname aan (bijkomende) activiteiten in het kader van een zorgtraject, wordt niet geregeld in de Basiswet.
De personeelsleden van de zorgequipe ressorteren onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen en konden in dit kader inderdaad, zonder tussenkomst van de directie, autonoom beslissen om klager uit te sluiten van de sportactiviteit in het kader van het zorgtraject, gezien deze uitsluiting geen enkele inperking op de door de basiswet gegarandeerde rechten van klager betrof.
De klacht is daarom niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over een beslissing waarbij aan klager gedurende 7 dagen een verbod werd opgelegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke sportactiviteit, meer bepaald voetbal.
Het staat voor de klachtencommissie niet ter discussie dat deze beslissing niet door de directeur werd genomen. Er bestaat echter wel onenigheid tussen enerzijds klager, die stelt dat deze beslissing minstens namens de directie of op basis van een delegatie door de directie werd genomen, en anderzijds de directie, die stelt dat het om een autonome beslissing van de zorgequipe gaat waar de directie niet in tussenkomt.
Het “recht op een dagelijkse wandeling of andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht”, zoals voorzien in de Basiswet, werd niet geschonden. De directeur legde uit dat dit recht voor mensen in het zorgtraject wel wordt ingevuld door de “zorgwandeling” en daar niet complementair aan is, maar klager bevestigde dat hij gedurende de 7 dagen dat hij niet mocht deelnemen aan het voetbal, wel kon gaan wandelen. Zijn recht op een dagelijkse wandeling werd dus niet ingeperkt.
Daarnaast is gebleken dat ook het “recht op lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week” niet werd ingeperkt. De sportactiviteiten in het kader van de zorg zijn immers (in tegenstelling tot de wandeling in het kader van de zorg) complementair aan de “gewone” activiteiten in de gevangenis. Klager betwist ook niet dat hij desgewenst wel nog kon deelnemen aan de “gewone” sportactiviteiten”.
De deelname aan (bijkomende) activiteiten in het kader van een zorgtraject, wordt niet geregeld in de Basiswet.
De personeelsleden van de zorgequipe ressorteren onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen en konden in dit kader inderdaad, zonder tussenkomst van de directie, autonoom beslissen om klager uit te sluiten van de sportactiviteit in het kader van het zorgtraject, gezien deze uitsluiting geen enkele inperking op de door de basiswet gegarandeerde rechten van klager betrof.
De klacht is daarom niet-ontvankelijk.