ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klaagster door de directie van de gevangenis werd afgezet van haar werk in de winkel.
Klaagster werd niet (langer) geschikt bevonden voor het werk omwille van verschillende voorvallen die beschreven werden in een RAD. Ze kan ander werk krijgen in de werkplaats zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Klaagster ontkent het incident met de olie zelf niet. Ze geeft daarnaast in haar klacht ook aan dat ze de verantwoordelijkheid voor het incident met de diepvriezer eerst op zich nam. Daarnaast stelt ze dat er een probleem is met de stickers, waardoor deze loskomen, maar ze ontkent inderdaad niet dat het zou kunnen dat de perziken en eieren geen sticker hadden.
Klaagster weerlegt de inhoud van het RAD met andere woorden niet.
De klachtencommissie ziet geen elementen in het dossier waaruit blijkt dat klaagster zou zijn afgezet op basis van een wraakactie van bepaalde beambten. Klaagster maakt dit niet hard. Het is duidelijk dat de directie de beslissing niet zomaar heeft genomen, maar een weloverwogen beslissing heeft genomen nadat zij met verschillende beambten ging praten. De klachtencommissie acht het ontslag van klaagster dan ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klaagster door de directie van de gevangenis werd afgezet van haar werk in de winkel.
Klaagster werd niet (langer) geschikt bevonden voor het werk omwille van verschillende voorvallen die beschreven werden in een RAD. Ze kan ander werk krijgen in de werkplaats zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
Klaagster ontkent het incident met de olie zelf niet. Ze geeft daarnaast in haar klacht ook aan dat ze de verantwoordelijkheid voor het incident met de diepvriezer eerst op zich nam. Daarnaast stelt ze dat er een probleem is met de stickers, waardoor deze loskomen, maar ze ontkent inderdaad niet dat het zou kunnen dat de perziken en eieren geen sticker hadden.
Klaagster weerlegt de inhoud van het RAD met andere woorden niet.
De klachtencommissie ziet geen elementen in het dossier waaruit blijkt dat klaagster zou zijn afgezet op basis van een wraakactie van bepaalde beambten. Klaagster maakt dit niet hard. Het is duidelijk dat de directie de beslissing niet zomaar heeft genomen, maar een weloverwogen beslissing heeft genomen nadat zij met verschillende beambten ging praten. De klachtencommissie acht het ontslag van klaagster dan ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.