KC09/23-0156
Non fondée
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING- ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen afzondering op de toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) opgelegd. Deze tuchtsanctie werd opgelegd omdat klager schuldig werd bevonden aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De directie moet de individuele toerekenbaarheid van de gedetineerde nagaan, in de zin dat de directeur eerst moet nagaan of een gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor bepaalde feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Met andere woorden moet worden nagegaan of de gedetineerde over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte op het moment van de feiten en of hij/zij er bewust voor gekozen heeft om de feiten te stellen. De daden die gedetineerden stellen tijdens de uitvoering van hun internering, zoals daden die een tuchtinbreuk kunnen uitmaken, zijn
evenwel niet zomaar toerekenbaar aan de geïnterneerde. De verantwoordelijkheid voor de feiten, die voor het opleggen van een tuchtsanctie vereist is, ontbreekt mogelijks bij de geïnterneerde.
De directie zegt niet en toont niet aan dat klager op het moment van de feiten coherent was. De directie stelt dat men op basis van “alle beschikbare informatie” concludeert dat klager verantwoordelijk is voor de gepleegde inbreuk, maar verduidelijkt verder niet op welke informatie zij zich daarvoor heeft gebaseerd. De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie dus niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht kennelijk gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de tenuitvoerlegging van de tuchtsanctie van ATV onmiddellijk stop te zetten.
Klager werd ook afgezet van zijn werk in een vertrouwensfunctie omdat hij in het bezit werd gevonden van verboden substantie. Klager geeft in zijn klacht zelf toe dat het om cannabis ging. De klachtencommissie kan begrijpen dat het vertrouwen van de directie in klager voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie hierdoor geschonden is. De klachtencommissie acht het ontslag van klager dan ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen afzondering op de toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) opgelegd. Deze tuchtsanctie werd opgelegd omdat klager schuldig werd bevonden aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.
De directie moet de individuele toerekenbaarheid van de gedetineerde nagaan, in de zin dat de directeur eerst moet nagaan of een gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor bepaalde feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Met andere woorden moet worden nagegaan of de gedetineerde over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte op het moment van de feiten en of hij/zij er bewust voor gekozen heeft om de feiten te stellen. De daden die gedetineerden stellen tijdens de uitvoering van hun internering, zoals daden die een tuchtinbreuk kunnen uitmaken, zijn
evenwel niet zomaar toerekenbaar aan de geïnterneerde. De verantwoordelijkheid voor de feiten, die voor het opleggen van een tuchtsanctie vereist is, ontbreekt mogelijks bij de geïnterneerde.
De directie zegt niet en toont niet aan dat klager op het moment van de feiten coherent was. De directie stelt dat men op basis van “alle beschikbare informatie” concludeert dat klager verantwoordelijk is voor de gepleegde inbreuk, maar verduidelijkt verder niet op welke informatie zij zich daarvoor heeft gebaseerd. De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie dus niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht kennelijk gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op de tenuitvoerlegging van de tuchtsanctie van ATV onmiddellijk stop te zetten.
Klager werd ook afgezet van zijn werk in een vertrouwensfunctie omdat hij in het bezit werd gevonden van verboden substantie. Klager geeft in zijn klacht zelf toe dat het om cannabis ging. De klachtencommissie kan begrijpen dat het vertrouwen van de directie in klager voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie hierdoor geschonden is. De klachtencommissie acht het ontslag van klager dan ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.