KC09/23-0155
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Gent
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - STRAFCEL - SANCTIE - TEGEMOETKOMING
De klacht over de beslissing van de directie van 21 augustus 2023 om aan klager geen tuchtsanctie op te leggen, is ontvankelijk maar ongegrond.
De klacht over de tuchtbeslissing van 24 augustus 2023 waarbij aan klager een sanctie van 3 dagen strafcel werd opgelegd, is ontvankelijk en gegrond.
Op het moment dat deze tuchtsanctie werd opgelegd verbleef klager al op basis van een andere tuchtbeslissing van 14 augustus (waarbij 30 dagen ATV werd opgelegd) onder ATV sinds 22 augustus. Deze andere tuchtbeslissing was het voorwerp van de klacht in het dossier KC09/23-0159 van klager. De klachtencommissie stelde vast dat de tuchtbeslissing van 14 augustus onwettig was gezien de maximumduur van opeenvolgende sancties waarbij klager werd afgezonderd, werd overschreden.
De klachtencommissie oordeelde ook dat, hoewel de bepaling dat afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte door opeenvolgende tuchtsancties nooit langer dan 45 dagen mag duren, specifiek wordt opgenomen in de afdeling over “afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte”, dit artikel aan de Basiswet werd toegevoegd om, net zoals dit voor het verblijf in een strafcel geldt, te voorkomen dat een gedetineerde te lang ononderbroken in afzondering zou verblijven naar aanleiding van een tuchtsanctie. Het was de initiële bedoeling van de wetgever om tussen twee opeenvolgende afzonderingen op de eigen cel (of op de strafcel) een tijdsruimte van ten minste 24 uren te laten, gelet op het ingrijpend karakter van deze soorten tuchtsancties. Hoewel dit niet woordelijk door de Basiswet wordt uitgesloten, acht de klachtencommissie het niet in overeenstemming met de hierboven beschreven geest van de wet om, met het oog op het niet overschrijden van de maximale termijn van 45 dagen afzondering in de toegewezen verblijfsruimte, deze termijn te “doorbreken” met één dag of enkele dagen verblijf in een strafcel, gelet deze sanctie een verzwaring en geen versoepeling van de sanctie inhoudt.
Aangezien met de in voorliggend dossier aangevochten tuchtbeslissing (KC09/23-0155) een deel van een lopende sanctie van afzondering in de toegewezen verblijfsruimte, die op zich onwettig werd bevonden wegens overschrijding van de maximumtermijn (zie KC09/23-0159), omzet in een nog zwaardere sanctie van verblijf in een strafcel, is deze tuchtbeslissing logischerwijs eveneens onwettig.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op deze uit het tuchtregister van klager te wissen.
Gezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: dertig (30) minuten extra beltijd.
De klacht over de beslissing van de directie van 21 augustus 2023 om aan klager geen tuchtsanctie op te leggen, is ontvankelijk maar ongegrond.
De klacht over de tuchtbeslissing van 24 augustus 2023 waarbij aan klager een sanctie van 3 dagen strafcel werd opgelegd, is ontvankelijk en gegrond.
Op het moment dat deze tuchtsanctie werd opgelegd verbleef klager al op basis van een andere tuchtbeslissing van 14 augustus (waarbij 30 dagen ATV werd opgelegd) onder ATV sinds 22 augustus. Deze andere tuchtbeslissing was het voorwerp van de klacht in het dossier KC09/23-0159 van klager. De klachtencommissie stelde vast dat de tuchtbeslissing van 14 augustus onwettig was gezien de maximumduur van opeenvolgende sancties waarbij klager werd afgezonderd, werd overschreden.
De klachtencommissie oordeelde ook dat, hoewel de bepaling dat afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte door opeenvolgende tuchtsancties nooit langer dan 45 dagen mag duren, specifiek wordt opgenomen in de afdeling over “afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte”, dit artikel aan de Basiswet werd toegevoegd om, net zoals dit voor het verblijf in een strafcel geldt, te voorkomen dat een gedetineerde te lang ononderbroken in afzondering zou verblijven naar aanleiding van een tuchtsanctie. Het was de initiële bedoeling van de wetgever om tussen twee opeenvolgende afzonderingen op de eigen cel (of op de strafcel) een tijdsruimte van ten minste 24 uren te laten, gelet op het ingrijpend karakter van deze soorten tuchtsancties. Hoewel dit niet woordelijk door de Basiswet wordt uitgesloten, acht de klachtencommissie het niet in overeenstemming met de hierboven beschreven geest van de wet om, met het oog op het niet overschrijden van de maximale termijn van 45 dagen afzondering in de toegewezen verblijfsruimte, deze termijn te “doorbreken” met één dag of enkele dagen verblijf in een strafcel, gelet deze sanctie een verzwaring en geen versoepeling van de sanctie inhoudt.
Aangezien met de in voorliggend dossier aangevochten tuchtbeslissing (KC09/23-0155) een deel van een lopende sanctie van afzondering in de toegewezen verblijfsruimte, die op zich onwettig werd bevonden wegens overschrijding van de maximumtermijn (zie KC09/23-0159), omzet in een nog zwaardere sanctie van verblijf in een strafcel, is deze tuchtbeslissing logischerwijs eveneens onwettig.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op deze uit het tuchtregister van klager te wissen.
Gezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden kent de klachtencommissie aan klager de volgende tegemoetkoming toe: dertig (30) minuten extra beltijd.