KC09/23-0113
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - GEZONDHEID - GEÏNTERNEERDE
De klacht gaat over het verzuim van de directie / de PSD om aan klager voldoende psychische zorg te verstrekken, om tijdig een verslag voor de KBM op te maken en om een individueel detentieplan op te maken.
Klager verwijt de directie en de PSD van de gevangenis dat er nog geen zitting heeft plaatsgevonden van de KBM omdat zij niet tijdig een verslag hebben opgemaakt. In de interneringswet wordt de opdracht tot het samenstellen van het dossier duidelijk aan het openbaar ministerie toegewezen. In voorliggende zaak werd het “basisdossier” door het openbaar ministerie per e-mail aan de gevangenis overgemaakt. Het openbaar ministerie bepaalde geen einddatum tegen of termijn binnen dewelke de directeur/PSD een verslag moest opmaken/bezorgen. Er is dan ook geen sprake van een verzuim van de directie om binnen een wettelijke of redelijke termijn te handelen. Er is zeker geen sprake van een verzuim van de directie om een beslissing te nemen. Het voorwerp van de klacht valt dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht zoals voorzien in de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over het verzuim om een individueel detentieplan op te maken: volgens klager ligt het aan de PSD dat geen individueel detentieplan werd opgemaakt. De klacht wordt door klager echter ook gekwalificeerd als een klacht tegen een verzuim van de directie. De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel de directie voor de verschillende onderdelen van het detentieplan kan steunen op de omringende diensten zoals PSD, griffie en eventueel de Vlaamse Gemeenschap, de verantwoordelijkheid voor de opstart en het finaliseren van het detentieplan bij de directeur ligt. De directie ontkent niet dat er (nog) geen individueel detentieplan voor klager werd opgemaakt.
In het geval de gedetineerde geïnterneerd is, zoals in de situatie van klager het geval is, dient het detentieplan bovendien opgesteld te worden rekening houdend met de specifieke noden van de betrokken geïnterneerde.
In haar verweer gaat de directie vooral in op het advies voor de KBM. De klachtencommissie begrijpt uit de informatie van de directie echter ook dat geen detentieplan wordt opgemaakt/voorbereid bij geïnterneerden vooraleer de KBM zetelde. De zitting van de KBM is volgens de directie heel belangrijk omdat die de richting aanduidt waar naartoe gewerkt kan worden. De directie kon dus onmogelijk een detentieplan “rekening met de specifieke noden van klager” goedkeuren zolang de PSD dit niet samen met klager had voorbereid en zolang de KBM geen beslissing nam. De PSD is bovendien geen dienst die onder het gezag en de leiding van de gevangenisdirecteur werkt maar een dienst die onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen ressorteert. Het is dus ook niet zo dat de gevangenisdirectie de PSD een dwingende deadline kon opleggen. Op basis van al het bovenstaande is de klachtencommissie van oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van een verzuim van de directie om binnen een wettelijke of redelijke termijn een detentieplan op te maken. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.
Voor zover de klacht over onvoldoende psychische zorg geen deel uitmaakt van de klacht met betrekking het detentieplan, betreft ze een medische aangelegenheid. Klager stelt bijvoorbeeld dat hij niet de (juiste) medicatie krijgt en door de PSD niet werd doorverwezen naar een psychiater. Klager heeft naar het oordeel van de klachtencommissie geen klacht ingediend tegen een beslissing die door of namens de directeur werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over het verzuim van de directie / de PSD om aan klager voldoende psychische zorg te verstrekken, om tijdig een verslag voor de KBM op te maken en om een individueel detentieplan op te maken.
Klager verwijt de directie en de PSD van de gevangenis dat er nog geen zitting heeft plaatsgevonden van de KBM omdat zij niet tijdig een verslag hebben opgemaakt. In de interneringswet wordt de opdracht tot het samenstellen van het dossier duidelijk aan het openbaar ministerie toegewezen. In voorliggende zaak werd het “basisdossier” door het openbaar ministerie per e-mail aan de gevangenis overgemaakt. Het openbaar ministerie bepaalde geen einddatum tegen of termijn binnen dewelke de directeur/PSD een verslag moest opmaken/bezorgen. Er is dan ook geen sprake van een verzuim van de directie om binnen een wettelijke of redelijke termijn te handelen. Er is zeker geen sprake van een verzuim van de directie om een beslissing te nemen. Het voorwerp van de klacht valt dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht zoals voorzien in de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de klacht over het verzuim om een individueel detentieplan op te maken: volgens klager ligt het aan de PSD dat geen individueel detentieplan werd opgemaakt. De klacht wordt door klager echter ook gekwalificeerd als een klacht tegen een verzuim van de directie. De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel de directie voor de verschillende onderdelen van het detentieplan kan steunen op de omringende diensten zoals PSD, griffie en eventueel de Vlaamse Gemeenschap, de verantwoordelijkheid voor de opstart en het finaliseren van het detentieplan bij de directeur ligt. De directie ontkent niet dat er (nog) geen individueel detentieplan voor klager werd opgemaakt.
In het geval de gedetineerde geïnterneerd is, zoals in de situatie van klager het geval is, dient het detentieplan bovendien opgesteld te worden rekening houdend met de specifieke noden van de betrokken geïnterneerde.
In haar verweer gaat de directie vooral in op het advies voor de KBM. De klachtencommissie begrijpt uit de informatie van de directie echter ook dat geen detentieplan wordt opgemaakt/voorbereid bij geïnterneerden vooraleer de KBM zetelde. De zitting van de KBM is volgens de directie heel belangrijk omdat die de richting aanduidt waar naartoe gewerkt kan worden. De directie kon dus onmogelijk een detentieplan “rekening met de specifieke noden van klager” goedkeuren zolang de PSD dit niet samen met klager had voorbereid en zolang de KBM geen beslissing nam. De PSD is bovendien geen dienst die onder het gezag en de leiding van de gevangenisdirecteur werkt maar een dienst die onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen ressorteert. Het is dus ook niet zo dat de gevangenisdirectie de PSD een dwingende deadline kon opleggen. Op basis van al het bovenstaande is de klachtencommissie van oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van een verzuim van de directie om binnen een wettelijke of redelijke termijn een detentieplan op te maken. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.
Voor zover de klacht over onvoldoende psychische zorg geen deel uitmaakt van de klacht met betrekking het detentieplan, betreft ze een medische aangelegenheid. Klager stelt bijvoorbeeld dat hij niet de (juiste) medicatie krijgt en door de PSD niet werd doorverwezen naar een psychiater. Klager heeft naar het oordeel van de klachtencommissie geen klacht ingediend tegen een beslissing die door of namens de directeur werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.