Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0091

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

Klager dient een klacht in tegen een tuchtsanctie van 30 dagen ATV. Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan tuchtinbreuken van de eerste categorie, namelijk “de wederrechtelijke ontvreemding van goederen” en “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.

Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, maar weigerde naar de zitting te komen. Dit blijkt ook uit een attest waarin klager verklaart niet gehoord te willen worden in de tegen hem opgestarte tuchtprocedure. Klager had desgewenst tijdens de hoorzitting kunnen opwerpen dat de gevonden zaken aan zijn celgenoot toebehoorden en niet van hem waren, maar klager heeft zichzelf de kans ontnomen om eventuele tegenaanwijzingen aan te voeren. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur.

Ook zonder over onomstotelijk bewijs over de aard van een verdachte substantie te beschikken, kan de gevangenisdirecteur overgaan tot het tuchtrechtelijk sanctioneren van een gedetineerde die in het bezit is van deze verdachte substantie, wanneer de gedetineerde zelf niet aannemelijk maakt dat het niet over drugs gaat. De tuchtprocedure is naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook correct verlopen.

De tuchtbeslissing is niet onwettig. De opgelegde tuchtsanctie van 30 dagen ATV is zwaar maar gelet op de ernst van de tuchtinbreuken niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.