KC09/22-0058
Non fondée
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
Volgens de Basiswet kan een bijzondere tuchtsanctie enkel worden opgelegd voor zover er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
De tuchtinbreuk bestaat in dit geval uit het niet-naleven van het huishoudelijk reglement en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het gevangenispersoneel. Meer bepaald nam klager in strijd met de regels een scheermes en een pak sigaretten mee naar de douches en volgde hij niet de normale weg van zijn cel naar de douches en omgekeerd.
Zoals de directie zelf in het verweer aangeeft is er in dit geval geen verband tussen de sanctie en de tuchtrechtelijke inbreuk.
Bovendien kan de directie beslissen om een gedetineerde af te zetten van zijn werk. Indien tot deze afzetting besloten wordt omdat de gedetineerde een tuchtinbreuk beging waardoor de werkrelatie onmogelijk is geworden, kan de directeur dergelijke beslissing echter pas overwegen na afloop van de sanctie. Zoals de directie ook zelf aangeeft werd in dit geval verkeerdelijk een tuchtsanctie opgelegd op hetzelfde moment als de ordemaatregel.
De tuchtbeslissing voldoet dus niet aan de wettelijke voorschriften. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie kan begrijpen dat het vertrouwen in klager, noodzakelijk voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie, naar aanleiding van deze vaststellingen werd geschonden.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing in verhouding staan met de vaststellingen. Bovendien werd klager reeds tewerkgesteld in een andere functie. De klacht tegen de ontslagbeslissing is ongegrond.
Volgens de Basiswet kan een bijzondere tuchtsanctie enkel worden opgelegd voor zover er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
De tuchtinbreuk bestaat in dit geval uit het niet-naleven van het huishoudelijk reglement en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het gevangenispersoneel. Meer bepaald nam klager in strijd met de regels een scheermes en een pak sigaretten mee naar de douches en volgde hij niet de normale weg van zijn cel naar de douches en omgekeerd.
Zoals de directie zelf in het verweer aangeeft is er in dit geval geen verband tussen de sanctie en de tuchtrechtelijke inbreuk.
Bovendien kan de directie beslissen om een gedetineerde af te zetten van zijn werk. Indien tot deze afzetting besloten wordt omdat de gedetineerde een tuchtinbreuk beging waardoor de werkrelatie onmogelijk is geworden, kan de directeur dergelijke beslissing echter pas overwegen na afloop van de sanctie. Zoals de directie ook zelf aangeeft werd in dit geval verkeerdelijk een tuchtsanctie opgelegd op hetzelfde moment als de ordemaatregel.
De tuchtbeslissing voldoet dus niet aan de wettelijke voorschriften. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie kan begrijpen dat het vertrouwen in klager, noodzakelijk voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie, naar aanleiding van deze vaststellingen werd geschonden.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing in verhouding staan met de vaststellingen. Bovendien werd klager reeds tewerkgesteld in een andere functie. De klacht tegen de ontslagbeslissing is ongegrond.