Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0130

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GETUIGEN

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij een sanctie kreeg van zeven dagen ATV wegens verbaal agressief gedrag tegenover een verpleegkundige.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door een getuige, namelijk de verpleegkundige die het alarm heeft geactiveerd. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager een lijst overgemaakt met namen van personen die volgens hem in zijn voordeel zouden kunnen verklaren. De directie heeft evenwel geoordeeld dat het niet noodzakelijk was om deze personen te horen om tot een zorgvuldig oordeel te komen. De klachtencommissie wenst te benadrukken dat de directie niet verplicht is om getuigen te horen en dus bijkomend onderzoek uit te voeren indien de vaststellingen in het RAD voldoende duidelijk zijn en de gedetineerde geen overtuigende argumenten heeft aangehaald waardoor de waarachtigheid van de vaststellingen in twijfel wordt getrokken. De klachtencommissie besluit dat klager enkel tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd wegens zijn gedrag tegenover de verpleegkundige. Om die reden kon de directie beslissen om de door klager opgegeven personen niet als getuigen te horen, aangezien het uitsluitend ging om leden van het interventieteam die pas tussenkwamen nadat het alarm werd geactiveerd. De houding van klager na tussenkomst van het interventieteam was met andere woorden niet doorslaggevend voor de beoordeling van de feiten die het voorwerp uitmaakten van de tuchtrechtelijke inbreuk. De directie heeft bovendien afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De tuchtsanctie van zeven dagen ATV was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het gedrag van klager tegenover de verpleegkundige.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.