KC06/26-0127
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - VERBODEN SUBSTANTIES
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht ontkent klager dat er überhaupt verboden middelen gevonden zouden zijn en dat hij die spontaan zou hebben afgegeven. De klachtencommissie ziet echter geen redenen om te twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD en waarom dit geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie acht het ongeloofwaardig dat een beambte een RAD over verboden substanties zou opstellen wanneer er niets van verboden substanties zou gevonden zijn. Bovendien werden de gevonden verdovende substanties opgestuurd ter controle en werd hierover een administratief verslag opgesteld, waarbij zowel de naam van de klager, zijn celnummer, de datum en het uur van de vondst overeenkomen met het RAD. Uit de uitgevoerde test bleek dat het effectief over 0,1 gram hasj ging. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV met uitstel. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die bovendien met uitstel werd opgelegd, alsook het feit dat de directie heeft rekening gehouden met de spontane afgifte door klager en de hoeveelheid van de gevonden substantie.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht ontkent klager dat er überhaupt verboden middelen gevonden zouden zijn en dat hij die spontaan zou hebben afgegeven. De klachtencommissie ziet echter geen redenen om te twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD en waarom dit geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie acht het ongeloofwaardig dat een beambte een RAD over verboden substanties zou opstellen wanneer er niets van verboden substanties zou gevonden zijn. Bovendien werden de gevonden verdovende substanties opgestuurd ter controle en werd hierover een administratief verslag opgesteld, waarbij zowel de naam van de klager, zijn celnummer, de datum en het uur van de vondst overeenkomen met het RAD. Uit de uitgevoerde test bleek dat het effectief over 0,1 gram hasj ging. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV met uitstel. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die bovendien met uitstel werd opgelegd, alsook het feit dat de directie heeft rekening gehouden met de spontane afgifte door klager en de hoeveelheid van de gevonden substantie.