Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0060

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE

Klager dient een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager niet dat hij de moederfiche vervalst heeft, en geeft hij ook toe dat hij hierover reeds eerder werd aangesproken door de directeur. Klager geeft enkel een uitleg waarom hij dit doet, namelijk uit veiligheid voor zichzelf tegenover andere celgenoten, maar ontkent de vaststellingen niet. Hoewel klager in zijn klacht stelt dat de kwalificatie van de tuchtrechtelijke inbreuk als “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” incorrect zou zijn, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie deze feiten wel degelijk kon kwalificeren als deze tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie. Klager werd immers reeds op 13/02/2026 op rapport bij de directeur hierover aangesproken en gehoord, en daarbij werd hem uitdrukkelijk meegedeeld dat het vervalsen van documenten niet toegelaten is. Deze tuchtrechtelijke inbreuk vereist geenszins een schriftelijk bevel of aanmaning. Klager wist bijgevolg zeer goed dat dit gedrag ontoelaatbaar is, en bovendien een strafrechtelijk feit kan uitmaken, maar negeerde alsnog het bevel van het personeel en poogde opnieuw de vervalste documenten door de boekhouding te laten kopiëren. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijftien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat deze maximumsanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen die een dergelijke schriftvervalsing met zich mee kunnen brengen. Bovendien werd klager hierover reeds op 13/02/2026 expliciet gewaarschuwd door directeur. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.