KC06/26-0038
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VM - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
- Over de VM:
Klager stelt op zijn klachtenformulier dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van drugs in de twee gardes die gevonden werden in zijn verblijfsruimte, omdat hij die van een medegedetineerde die vrijkwam zou hebben gekregen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat gelet op de hoeveelheid van de aangetroffen drugs deze voorlopige maatregel, namelijk de uitsluiting van alle gemeenschappelijke activiteiten, noodzakelijk was in afwachting van verder onderzoek door de directie. Het ging immers om een hoeveelheid verboden substanties die de gebruikershoeveelheid overschrijdt, wat het risico op de handel in drugs alsook het risico op fysieke afrekening of andere drukkingsmiddelen met zich mee kan brengen. Dit werd ook duidelijk gemotiveerd door de directie. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de voorlopige maatregel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Over de tuchtbeslissing:
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en klager niet betwist dat de drugs in de gardes op zijn cel gevonden werden. Klager betwist echter formeel dat de drugs van hem waren, en legt zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klachtenformulier uit dat hij de gardes maanden voordien van een medegedetineerde die in vrijheid werd gesteld, had ontvangen. Hij zou niets van de manipulatie of de drugs geweten hebben. De klachtencommissie volgt echter de redenering dat klager verantwoordelijk is voor de zaken die aanwezig zijn in zijn cel, zeker gelet op het feit dat hij in een monocel verblijft. Door niet de correcte procedure van de officiële schenking te volgen, zoals evenwel voorzien is voor dit soort van situaties en waarbij voorwerpen gecontroleerd worden door de technische dienst, heeft klager zelf het risico genomen om mogelijks gemanipuleerde of verboden voorwerpen/substanties op zijn cel binnen te brengen. Bovendien begaat klager hierdoor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, aangezien schenkingen tussen gedetineerden verboden zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze twee tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die klager voor deze feiten heeft gekregen. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt immers duidelijk dat er rekening werd gehouden met het feit dat klager al meer dan een jaar tuchtvrij is en er geen specifieke vermeldingen staan op zijn observatiefiche. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Over de VM:
Klager stelt op zijn klachtenformulier dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van drugs in de twee gardes die gevonden werden in zijn verblijfsruimte, omdat hij die van een medegedetineerde die vrijkwam zou hebben gekregen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat gelet op de hoeveelheid van de aangetroffen drugs deze voorlopige maatregel, namelijk de uitsluiting van alle gemeenschappelijke activiteiten, noodzakelijk was in afwachting van verder onderzoek door de directie. Het ging immers om een hoeveelheid verboden substanties die de gebruikershoeveelheid overschrijdt, wat het risico op de handel in drugs alsook het risico op fysieke afrekening of andere drukkingsmiddelen met zich mee kan brengen. Dit werd ook duidelijk gemotiveerd door de directie. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de voorlopige maatregel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Over de tuchtbeslissing:
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en klager niet betwist dat de drugs in de gardes op zijn cel gevonden werden. Klager betwist echter formeel dat de drugs van hem waren, en legt zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klachtenformulier uit dat hij de gardes maanden voordien van een medegedetineerde die in vrijheid werd gesteld, had ontvangen. Hij zou niets van de manipulatie of de drugs geweten hebben. De klachtencommissie volgt echter de redenering dat klager verantwoordelijk is voor de zaken die aanwezig zijn in zijn cel, zeker gelet op het feit dat hij in een monocel verblijft. Door niet de correcte procedure van de officiële schenking te volgen, zoals evenwel voorzien is voor dit soort van situaties en waarbij voorwerpen gecontroleerd worden door de technische dienst, heeft klager zelf het risico genomen om mogelijks gemanipuleerde of verboden voorwerpen/substanties op zijn cel binnen te brengen. Bovendien begaat klager hierdoor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, aangezien schenkingen tussen gedetineerden verboden zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze twee tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die klager voor deze feiten heeft gekregen. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt immers duidelijk dat er rekening werd gehouden met het feit dat klager al meer dan een jaar tuchtvrij is en er geen specifieke vermeldingen staan op zijn observatiefiche. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.