KC06/26-0036
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - FEITELIJK HANDELEN - TUCHTREGISTER
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 09/02/2026, het feitelijk handelen van de beambten en de verwijzing van de tuchtbeslissing van 12/12/2025 in het tuchtregister in de gevangenis van Dendermonde.
Over de tuchtbeslissing van 09/02/2026: Klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 4 dagen individuele wandeling en een voorwaardelijke tuchtsanctie van 10 dagen individuele wandeling, met een uitstel voor een duur van 2 maanden, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het rapport aan de directeur (RAD) en dat hij geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager bepaalde zaken aan medegedetineerden op de wandeling heeft uitgedeeld en doorgegeven. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Het RAD dat aan de basis ligt van de tuchtbeslissing, is duidelijk en werd nauwkeurig opgesteld.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen individuele wandeling opleggen. Klager kreeg 4 dagen effectieve en 10 dagen voorwaardelijke individuele wandeling wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die niet in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van personeelsleden dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de verwijzing in het tuchtregister: klager heeft een klacht ingediend op 11/02/2026 tegen de verwijzing van de tuchtbeslissing van 12/12/2025 in het tuchtregister. Klager heeft geen klacht ingediend tegen de beslissing van 12/12/2025 an sich. De klachtencommissie kan de klacht bijgevolg niet vernietigen of de directie vragen om deze uit zijn tuchtregister te verwijderen. De klacht werd bovendien ook laattijdig ingediend.
De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 09/02/2026, het feitelijk handelen van de beambten en de verwijzing van de tuchtbeslissing van 12/12/2025 in het tuchtregister in de gevangenis van Dendermonde.
Over de tuchtbeslissing van 09/02/2026: Klager kreeg in voorliggende zaak een bijzondere tuchtsanctie van 4 dagen individuele wandeling en een voorwaardelijke tuchtsanctie van 10 dagen individuele wandeling, met een uitstel voor een duur van 2 maanden, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De klachtencommissie meent dat de rol van klager duidelijk blijkt uit het rapport aan de directeur (RAD) en dat hij geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen doen twijfelen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager bepaalde zaken aan medegedetineerden op de wandeling heeft uitgedeeld en doorgegeven. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen. Het RAD dat aan de basis ligt van de tuchtbeslissing, is duidelijk en werd nauwkeurig opgesteld.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 15 dagen individuele wandeling opleggen. Klager kreeg 4 dagen effectieve en 10 dagen voorwaardelijke individuele wandeling wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die niet in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van personeelsleden dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de verwijzing in het tuchtregister: klager heeft een klacht ingediend op 11/02/2026 tegen de verwijzing van de tuchtbeslissing van 12/12/2025 in het tuchtregister. Klager heeft geen klacht ingediend tegen de beslissing van 12/12/2025 an sich. De klachtencommissie kan de klacht bijgevolg niet vernietigen of de directie vragen om deze uit zijn tuchtregister te verwijderen. De klacht werd bovendien ook laattijdig ingediend.
De klachtencommissie meent dat klager in zijn klacht ook geen redenen heeft vermeld om aan te nemen dat hij zijn klacht, rekening houdend met alle omstandigheden, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden. Deze klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.