Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0034

Non fondée Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
TUCHT - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - CELMUTATIE

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt door een ploegchef. De directeur nam kennis van het RAD en startte een tuchtprocedure op. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager heeft verklaard dat hij onderweg was naar de wandeling en van de trap kwam. De chef in kwestie stond waar hij altijd staat. Klager keek zoals hij altijd kijkt maar de chef keek hem abnormaal aan. Klager was verbaasd en keek ook zo. Klager moest terugdenken aan het moment dat hij met de chef een aanvaring had gehad in de strafcel. Klager ging door de metaaldetectie en de chef keek hem aan alsof hij een beest was. Hierop zei klager aan de chef dat hij geen koeba is. Dat betekent aap. Klager is vervolgens naar de wandeling gegaan. Meer is er niet gebeurd.
Op de eerste pagina van de tuchtbeslissing staat aangeduid dat klager werd gesanctioneerd wegens het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Dat is een tuchtinbreuk van tweede categorie. Op de vierde pagina van de tuchtbeslissing staat daarentegen dat klager een tuchtinbreuk van eerste categorie heeft gepleegd namelijk de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Deze onzorgvuldigheid schept verwarring. Vervolgens heeft de directie de tuchtbeslissing als volgt gemotiveerd: “Betrokkene gedetineerde zegt dat hij met een gewone blik naar de chef keek, maar dat deze hem vreemd aan staarde, hij zegt dat hij geen scheldwoord naar de chef toe heeft gezegd, hij zegt dat het woord dat hij gebruik heeft, wil zeggen dat hij geen aap is, dus dat dit op hem betrekking had en niet op de chef. We zullen hem in deze voorlopig het voordeel van de twijfel geven en leggen een voorwaardelijke sanctie op. Dit is een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie. Er kan een maximumsanctie van 30 dagen ATV opgelegd worden. Rekening houdend met de tuchtrechtelijke antecedenten en gelijkaardige meldingen in de OBS-fiche, wordt volgende sanctie opgelegd (…)” Een gedetineerde kan alleen tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. Hoewel de directeur zowel in de tuchtbeslissing als in haar verweer heeft verklaard dat klager het voordeel van de twijfel krijgt, werd toch een (voorwaardelijke) tuchtsanctie opgelegd van zeven dagen ATV gedurende twee maanden. Dit is in strijd met de Basiswet en het vermoeden van onschuld. Indien de feiten niet bewezen zijn, kan er geen sanctie opgelegd worden. Deze klacht is bijgevolg gegrond.

Klager heeft ook een klacht ingediend tegen de celmutatie. De directie heeft de reden voor de celmutatie toegelicht in een bijkomend verweer. Daaruit blijkt dat men ongerust was over het toestandsbeeld van klager waardoor men hem van dichtbij wou opvolgen hetgeen gemakkelijker is op de sectie op het gelijkvloers. Op basis van deze motivering besluit de klachtencommissie dat de beslissing namens de directie om klager een cel te geven op een andere sectie gerechtvaardigd was. Klager werd hierdoor niet in zijn rechten beperkt. Bovendien heeft klager in zijn klacht geen concrete incidenten over nachtlawaai aangehaald waaruit moet blijken dat de directie heeft nagelaten om actie te ondernemen. Om deze redenen is deze klacht ongegrond.