KC06/26-0023
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - KWALIFICATIE
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie,
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie is van oordeel dat uit de beschrijving van de feiten in het RAD blijkt dat klager de aanmaningen van de beambte heeft genegeerd. Er werd aan klager gevraagd om zich niet te moeien in een discussie met een andere gedetineerde waarna klager het personeel bleef verwijten. Op de vraag van de beambte om hiermee te stoppen en te zwijgen, gaf klager ook geen gevolg. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie de tuchtinbreuk van tweede categorie terecht bewezen heeft verklaard. De directie is echter ook van oordeel dat klager de psychische integriteit van de beambte heeft aangetast of bedreigd. Het is de taak van de directeur als tuchtoverheid om een correcte kwalificatie te geven aan tuchtfeiten die haar ter kennis worden gebracht. Het louter aankruisen van een inbreuk in het modelformulier voor tuchtbeslissingen is in principe onvoldoende. Uit de motivering van de tuchtbeslissing moet duidelijk blijken welke feiten de directie in aanmerking heeft genomen, waarom deze feiten een tuchtinbreuk uitmaken (en welke) en waarom deze inbreuk met een bepaalde tuchtsanctie moet worden bestraft. De klachtencommissie leest in de motivering van de tuchtbeslissing niet op basis van welke vaststellingen de directie overtuigd was dat klager de psychische integriteit van de beambte had aangetast. De klachtencommissie stelt verder vast dat de beambte in haar RAD het volgende heeft genoteerd: “Hierop sprak ik hem terug aan dat dit niet hoeft en dat hij beter kon zwijgen. Daarop werd bovenvermelde heel denigrerend en tastte hij mijn persoonlijke integriteit aan.” Welke denigrerende uitspraken klager precies heeft gezegd tegen de beambte blijkt echter niet uit het RAD. Aangezien het RAD op dit vlak niet duidelijk genoeg werd opgesteld, meent de klachtencommissie dat er onvoldoende bewijs was dat klager de psychische integriteit van de beambte opzettelijk heeft aangetast waardoor de directie deze tuchtinbreuk niet kon weerhouden in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie,
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klachtencommissie is van oordeel dat uit de beschrijving van de feiten in het RAD blijkt dat klager de aanmaningen van de beambte heeft genegeerd. Er werd aan klager gevraagd om zich niet te moeien in een discussie met een andere gedetineerde waarna klager het personeel bleef verwijten. Op de vraag van de beambte om hiermee te stoppen en te zwijgen, gaf klager ook geen gevolg. De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie de tuchtinbreuk van tweede categorie terecht bewezen heeft verklaard. De directie is echter ook van oordeel dat klager de psychische integriteit van de beambte heeft aangetast of bedreigd. Het is de taak van de directeur als tuchtoverheid om een correcte kwalificatie te geven aan tuchtfeiten die haar ter kennis worden gebracht. Het louter aankruisen van een inbreuk in het modelformulier voor tuchtbeslissingen is in principe onvoldoende. Uit de motivering van de tuchtbeslissing moet duidelijk blijken welke feiten de directie in aanmerking heeft genomen, waarom deze feiten een tuchtinbreuk uitmaken (en welke) en waarom deze inbreuk met een bepaalde tuchtsanctie moet worden bestraft. De klachtencommissie leest in de motivering van de tuchtbeslissing niet op basis van welke vaststellingen de directie overtuigd was dat klager de psychische integriteit van de beambte had aangetast. De klachtencommissie stelt verder vast dat de beambte in haar RAD het volgende heeft genoteerd: “Hierop sprak ik hem terug aan dat dit niet hoeft en dat hij beter kon zwijgen. Daarop werd bovenvermelde heel denigrerend en tastte hij mijn persoonlijke integriteit aan.” Welke denigrerende uitspraken klager precies heeft gezegd tegen de beambte blijkt echter niet uit het RAD. Aangezien het RAD op dit vlak niet duidelijk genoeg werd opgesteld, meent de klachtencommissie dat er onvoldoende bewijs was dat klager de psychische integriteit van de beambte opzettelijk heeft aangetast waardoor de directie deze tuchtinbreuk niet kon weerhouden in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.