KC06/25-0360
Fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
TUCHT - SANCTIE
Klager diende een eerste klacht in tegen een tuchtbeslissing van 15.12.2025 waardoor hij op 19.12.2025 zou moeten verschijnen op een tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie leidt hieruit af dat klager een klacht heeft ingediend tegen het rapport aan de directeur (RAD) van 15.12.2025 waarna op 19.12.2025, na de tuchtrechtelijke hoorzitting, een tuchtbeslissing zou volgen. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager heeft echter nog een tweede klacht ingediend waarin hij de tuchtbeslissing van 19.12.2025 aanvecht die volgde op het RAD van 15.12.2025. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD inderdaad uitgebreid en nauwkeurig werd geformuleerd, met inbegrip van de concrete uitspraken die klager zou hebben gedaan. De klachtencommissie stelt verder vast dat klager in zijn klachten niet heeft betwist dat hij die uitspraken heeft gedaan. Hij schreef dat hij woedend is geworden toen een beambte hem kwam halen voor een consultatie bij de psychiater omdat klager daar extreem tegen is. Hij schreef ook dat hij dan ook niet meer beleefd is omdat ze hem viseren. Met betrekking tot de vaststellingen in het RAD lijkt klager enkel het aspect van de ordeverstoring te betwisten. Klager meent dat er van ordeverstoring geen sprake was omdat zijn cel alleen maar mag geopend worden wanneer alle andere cellen gesloten zijn én telkens door twee beambten. De klachtencommissie besluit dat de uitspraken, waarvan het bewezen is dat klager die heeft gedaan, van dien aard waren dat deze beledigend waren, een aantasting van de psychische integriteit van de psychiater uitmaakten en dat klager ook dreigde met fysiek geweld (haar tanden uit slaan). De klachtencommissie meent dat deze uitspraken uitermate disproportioneel waren tegenover de loutere oproep voor een consultatie. De klachtencommissie meent dat klager deze consultatie mocht weigeren, maar hij kon dit ook op een beleefde en respectvolle manier meedelen aan de beambte. Klager heeft er weliswaar voor gekozen om de boel op stelten te zetten en bedreigingen en beledigen over en tegen de psychiater te schreeuwen over de hele vleugel. De klachtencommissie besluit dat de directeur de tuchtinbreuken in redelijkheid en billijkheid kon toerekenen aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV voor de twee tuchtinbreuken van eerste categorie en de twee tuchtinbreuken van tweede categorie. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing is bepaald dat de tuchtsanctie pas ingaat vanaf 28.01.2026 tot en met 26.02.2026. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat klager op het moment van de feiten op 15.12.2025 onder ATV stond door een tuchtbeslissing van 01.12.2025 waarbij hij 25 dagen ATV heeft gekregen. De klachtencommissie besluit dat de opgelegde tuchtsanctie van dertig dagen ATV een onwettige verlenging is van de ATV-sanctie die op 01.12.2025 werd opgelegd en reeds werd verlengd op 08.12.2025. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtsanctie die op 19.12.2025 werd opgelegd. Zoals de Beroepscommissie ook stelt in haar beslissing van 18 december 2025, is ATV niet de enige tuchtsanctie die opgelegd kan worden. Artikel 132 bevat nog drie andere algemene tuchtsancties en artikel 133 bevat de bijzondere tuchtsancties die kunnen opgelegd worden indien er een verband is tussen de inbreuk en de sanctie (spiegelende sancties). Op grond van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet draagt de klachtencommissie de directie daarom op om in de plaats van de vernietigde tuchtsanctie, een nieuwe tuchtsanctie op te leggen met uitsluiting van ATV, en dit vóór 08.02.2026.
Klager diende een eerste klacht in tegen een tuchtbeslissing van 15.12.2025 waardoor hij op 19.12.2025 zou moeten verschijnen op een tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie leidt hieruit af dat klager een klacht heeft ingediend tegen het rapport aan de directeur (RAD) van 15.12.2025 waarna op 19.12.2025, na de tuchtrechtelijke hoorzitting, een tuchtbeslissing zou volgen. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt. Deze klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager heeft echter nog een tweede klacht ingediend waarin hij de tuchtbeslissing van 19.12.2025 aanvecht die volgde op het RAD van 15.12.2025. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt duidelijk dat de gevangenisdirectie zich bij het bewezen verklaren van de feiten heeft gebaseerd op de vaststellingen in het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD inderdaad uitgebreid en nauwkeurig werd geformuleerd, met inbegrip van de concrete uitspraken die klager zou hebben gedaan. De klachtencommissie stelt verder vast dat klager in zijn klachten niet heeft betwist dat hij die uitspraken heeft gedaan. Hij schreef dat hij woedend is geworden toen een beambte hem kwam halen voor een consultatie bij de psychiater omdat klager daar extreem tegen is. Hij schreef ook dat hij dan ook niet meer beleefd is omdat ze hem viseren. Met betrekking tot de vaststellingen in het RAD lijkt klager enkel het aspect van de ordeverstoring te betwisten. Klager meent dat er van ordeverstoring geen sprake was omdat zijn cel alleen maar mag geopend worden wanneer alle andere cellen gesloten zijn én telkens door twee beambten. De klachtencommissie besluit dat de uitspraken, waarvan het bewezen is dat klager die heeft gedaan, van dien aard waren dat deze beledigend waren, een aantasting van de psychische integriteit van de psychiater uitmaakten en dat klager ook dreigde met fysiek geweld (haar tanden uit slaan). De klachtencommissie meent dat deze uitspraken uitermate disproportioneel waren tegenover de loutere oproep voor een consultatie. De klachtencommissie meent dat klager deze consultatie mocht weigeren, maar hij kon dit ook op een beleefde en respectvolle manier meedelen aan de beambte. Klager heeft er weliswaar voor gekozen om de boel op stelten te zetten en bedreigingen en beledigen over en tegen de psychiater te schreeuwen over de hele vleugel. De klachtencommissie besluit dat de directeur de tuchtinbreuken in redelijkheid en billijkheid kon toerekenen aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV voor de twee tuchtinbreuken van eerste categorie en de twee tuchtinbreuken van tweede categorie. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing is bepaald dat de tuchtsanctie pas ingaat vanaf 28.01.2026 tot en met 26.02.2026. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat klager op het moment van de feiten op 15.12.2025 onder ATV stond door een tuchtbeslissing van 01.12.2025 waarbij hij 25 dagen ATV heeft gekregen. De klachtencommissie besluit dat de opgelegde tuchtsanctie van dertig dagen ATV een onwettige verlenging is van de ATV-sanctie die op 01.12.2025 werd opgelegd en reeds werd verlengd op 08.12.2025. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtsanctie die op 19.12.2025 werd opgelegd. Zoals de Beroepscommissie ook stelt in haar beslissing van 18 december 2025, is ATV niet de enige tuchtsanctie die opgelegd kan worden. Artikel 132 bevat nog drie andere algemene tuchtsancties en artikel 133 bevat de bijzondere tuchtsancties die kunnen opgelegd worden indien er een verband is tussen de inbreuk en de sanctie (spiegelende sancties). Op grond van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet draagt de klachtencommissie de directie daarom op om in de plaats van de vernietigde tuchtsanctie, een nieuwe tuchtsanctie op te leggen met uitsluiting van ATV, en dit vóór 08.02.2026.