KC06/25-0347
Non fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
BEVOEGDHEID - TUCHT
De eerste klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en wegens “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden".
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld en meerdere beambten getuige waren van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting herhaalt klager dat hij zich geviseerd voelt, maar legt hij niet uit waarom de rapporten precies incorrect zouden zijn. Hij stelt enkel dat hij ‘zo is’ [dat hij verbaal agressief overkomt]. Beide rapporten zijn gelijkaardig opgesteld en hieruit blijkt duidelijk dat klager verbaal agressief was ten aanzien van het personeel en fysieke bedreigingen heeft geuit door op het kader van de deur te boksen. Beide rapporten lijsten concreet op welke beledigingen en bedreigingen klager heeft geuit naar het personeel toe. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De eerste klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en wegens “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden".
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld en meerdere beambten getuige waren van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting herhaalt klager dat hij zich geviseerd voelt, maar legt hij niet uit waarom de rapporten precies incorrect zouden zijn. Hij stelt enkel dat hij ‘zo is’ [dat hij verbaal agressief overkomt]. Beide rapporten zijn gelijkaardig opgesteld en hieruit blijkt duidelijk dat klager verbaal agressief was ten aanzien van het personeel en fysieke bedreigingen heeft geuit door op het kader van de deur te boksen. Beide rapporten lijsten concreet op welke beledigingen en bedreigingen klager heeft geuit naar het personeel toe. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.