Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0249

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 8 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als zijnde het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen niet correct. De klachtencommissie wijst erop dat deze algemene bepaling van het huishoudelijk reglement een loutere overname is van de algemene gedragsvoorschriften van artikel 106, §1 en §2 van de Basiswet en dat deze bepaling in het huishoudelijk reglement daardoor op zichzelf géén tuchtinbreuk in het leven roept. Het niet respecteren van deze passage kan met andere woorden niet opgevat worden als een overtreding van het huishoudelijk reglement.

Een al te ruime invulling van de tuchtinbreuk van het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen zou immers op gespannen voet staan met het beginsel dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan die welke omschreven worden door de Basiswet (artikel 124, §1 van de Basiswet), te weten in de artikelen 129 en 130 van de Basiswet.

De wetgever heeft het zelf niet nodig gevonden om een inbreuk op artikel 106 als een tuchtinbreuk aan te merken. In de plaats daarvan riep zij, gelet op het legaliteitsbeginsel van artikel 124, §1 van de Basiswet, een aantal specifieke tuchtinbreuken in het leven: het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, het geen gevolg geven aan aanmaningen en bevelen van het personeel en het verstoren van de orde. Dergelijke dubbele kwalificatie aanvaarden zou steevast en automatisch leiden tot een samenloop van tuchtinbreuken , terwijl deze in dat geval eigenlijk intern overlappend zijn.

Het is bovendien belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivering begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar geen bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden. De klacht is bijgevolg gegrond.