KC06/25-0221
Fondée
Compensation
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Klager werd op 17 juli 2025 onderworpen aan een fouillering op het lichaam. Van deze fouillering op het lichaam wordt melding gemaakt in het RAD van 17 juli 2025. De beslissing tot fouillering op het lichaam kon niet meer teruggevonden worden. Het thans voortgebrachte administratief dossier bevat geen enkel stuk dat de bestreden beslissing kan verantwoorden. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent 60 minuten belkrediet tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vaste telefoon toe als tegemoetkoming.
Klager diende klacht in tegen een tuchtbeslissing. Nog afgezien van het feit dat de tuchtbeslissing grotendeels lijkt te steunen op vondsten en gebeurtenissen tijdens een onrechtmatige fouillering op het lichaam (zie hierboven), acht de klachtencommissie de tuchtbeslissing in elk geval ook gebrekkig op de volgende punten. De motivering bestaat grotendeels uit een opsomming van regelgeving. De feiten waarvoor klager gesanctioneerd wordt, worden niet hernomen in de tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie is het dan ook allerminst duidelijk op welke feiten de kwalificatie van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) slaat. Lezing van het RAD doet vermoeden dat het om de twee kleine hoopjes verdacht wit poeder gaat. Of klager ook gesanctioneerd werd voor de nicotinepleister (waar de motivering wel kort melding van maakt) en op basis van welke kwalificatie dit dan het geval was, is niet duidelijk. Daarnaast worden de feiten ook gekwalificeerd als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Ook hier wordt de aanmaning of het bevel dat klager niet gevolgd zou hebben niet hernomen in de motivering. Bijkomend stelt de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing onvolledig is. De zin inzake de verklaringen van betrokkene tijdens het horen werd niet verder aangevuld. Gelet op deze tekortkomingen oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent drie extra familiale bezoeken, uit te voeren binnen de 3 maanden volgend op de betekening van deze beslissing toe als tegemoetkoming.
Klager werd op 17 juli 2025 onderworpen aan een fouillering op het lichaam. Van deze fouillering op het lichaam wordt melding gemaakt in het RAD van 17 juli 2025. De beslissing tot fouillering op het lichaam kon niet meer teruggevonden worden. Het thans voortgebrachte administratief dossier bevat geen enkel stuk dat de bestreden beslissing kan verantwoorden. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent 60 minuten belkrediet tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vaste telefoon toe als tegemoetkoming.
Klager diende klacht in tegen een tuchtbeslissing. Nog afgezien van het feit dat de tuchtbeslissing grotendeels lijkt te steunen op vondsten en gebeurtenissen tijdens een onrechtmatige fouillering op het lichaam (zie hierboven), acht de klachtencommissie de tuchtbeslissing in elk geval ook gebrekkig op de volgende punten. De motivering bestaat grotendeels uit een opsomming van regelgeving. De feiten waarvoor klager gesanctioneerd wordt, worden niet hernomen in de tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie is het dan ook allerminst duidelijk op welke feiten de kwalificatie van het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) slaat. Lezing van het RAD doet vermoeden dat het om de twee kleine hoopjes verdacht wit poeder gaat. Of klager ook gesanctioneerd werd voor de nicotinepleister (waar de motivering wel kort melding van maakt) en op basis van welke kwalificatie dit dan het geval was, is niet duidelijk. Daarnaast worden de feiten ook gekwalificeerd als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Ook hier wordt de aanmaning of het bevel dat klager niet gevolgd zou hebben niet hernomen in de motivering. Bijkomend stelt de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing onvolledig is. De zin inzake de verklaringen van betrokkene tijdens het horen werd niet verder aangevuld. Gelet op deze tekortkomingen oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent drie extra familiale bezoeken, uit te voeren binnen de 3 maanden volgend op de betekening van deze beslissing toe als tegemoetkoming.