Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0217

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 10 juli 2025. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD en ging de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten door de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 10 juli 2025 bewezen te achten. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet), het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet) niet afdoende gemotiveerd. Deze inbreuk kon niet weerhouden worden in hoofde van klager. De directie zegt dit ook met zoveel woorden in de motivering van de tuchtbeslissing: “Betrokkene bevond zich samen met zijn celgenoot op cel op het moment dat er objecten tegen de deur gegooid werden na het weigeren van deelname aan de wandeling. Hoewel de individuele betrokkenheid bij die handeling niet vaststaat, is het gedrag dat betrokkene nadien stelde wél duidelijk vastgesteld.” Volgens de klachtencommissie dient deze tuchtinbreuk dan ook geschrapt te worden. Klager kreeg een sanctie van 15 dagen ATV. Ook na de schrapping van één tuchtinbreuk (zie hierboven) acht de klachtencommissie deze sanctie wettelijk en redelijk voor de feiten die aan klager toegerekend konden worden. De klacht is gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 7° Basiswet en het gedeelte van de motivering dat hierover handelt. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuken van artikel 129, 5° Basiswet en artikel 129, 2° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde tuchtsanctie van 15 dagen ATV.