KC06/25-0196
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij werd ontslagen op zijn twee jobs als interimdiender en infofatik. Nochtans was er maar over één job een rapport geschreven. Volgens klager strookt dit rapport ook niet met de waarheid. Klager klaagt tenslotte aan dat de beslissing is genomen tijdens een rapport bij de directie en niet na een tuchtrechtelijke hoorzitting met bijstand van een advocaat.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing, waarvan klager een kopie heeft ontvangen, blijkt dat de directie klager niet langer geschikt vond voor beide vertrouwensfuncties. De spreekwoordelijke druppel blijkt een rapport aan de directeur (RAD) te zijn waarin wordt gesteld dat klager initieel weigerde om twee onthaalgesprekken uit te voeren. Bovendien werd opgemerkt dat de inhoud van de gesprekken ondermaats zou zijn. In het midden van het gesprek weigerde hij nog verder te doen en gaf hij te kennen te willen stoppen met de functies. Uit de observatiefiche van klager blijkt dat verschillende meldingen zijn gemaakt over zijn wisselende inzet en zijn eigen visie over de invulling van zijn job. De directie heeft klager ook gehoord tijdens een rapport. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie besluit dat de directie op basis van de observatiefiche van klager en het RAD rechtmatig tot het ontslag van klager heeft beslist.
Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij werd ontslagen op zijn twee jobs als interimdiender en infofatik. Nochtans was er maar over één job een rapport geschreven. Volgens klager strookt dit rapport ook niet met de waarheid. Klager klaagt tenslotte aan dat de beslissing is genomen tijdens een rapport bij de directie en niet na een tuchtrechtelijke hoorzitting met bijstand van een advocaat.
Uit de schriftelijke ontslagbeslissing, waarvan klager een kopie heeft ontvangen, blijkt dat de directie klager niet langer geschikt vond voor beide vertrouwensfuncties. De spreekwoordelijke druppel blijkt een rapport aan de directeur (RAD) te zijn waarin wordt gesteld dat klager initieel weigerde om twee onthaalgesprekken uit te voeren. Bovendien werd opgemerkt dat de inhoud van de gesprekken ondermaats zou zijn. In het midden van het gesprek weigerde hij nog verder te doen en gaf hij te kennen te willen stoppen met de functies. Uit de observatiefiche van klager blijkt dat verschillende meldingen zijn gemaakt over zijn wisselende inzet en zijn eigen visie over de invulling van zijn job. De directie heeft klager ook gehoord tijdens een rapport. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie besluit dat de directie op basis van de observatiefiche van klager en het RAD rechtmatig tot het ontslag van klager heeft beslist.
Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.