Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0145

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Pas de décision du directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - SCHADE

Uit het document van de voorlopige maatregel blijkt dat het niet de directie was die de beslissing ondertekende op 15/04/2025.
Los van de vraag of de directie de inschatting kon maken of in deze zaak überhaupt sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die een voorlopige maatregel ten aanzien van klager rechtvaardigde, blijkt uit de beschikbare stukken dat de voorlopige maatregel niet werd bevolen door de directie, maar door een ander personeelslid. Dit werd ook bevestigd op de zitting waarin de directie aangaf dat zij de beslissing nadien wel bevestigde maar zelf niet het initiatief nam voor de beslissing.
De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de formele vaststellingen door de medische dienst. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV . De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 10 dagen ATV heeft opgelegd. Daarnaast werd op de zitting ook duidelijk dat de drie dagen strafcel in mindering werden gebracht op de tuchtsanctie.
De klacht is om deze redenen ongegrond.

In de Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 (“Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden”) wordt de procedure uiteengezet die moet worden gevolgd indien een gedetineerde meent dat het gevangeniswezen verantwoordelijk is voor de schade van aan hem toebehorende voorwerpen.
Daarbij wordt in eerste instantie verwacht dat de gedetineerde – in principe – binnen de veertien dagen na vaststelling van de schade een formulier invult en overhandigt aan de directie. Na het indienen van dit formulier voert de directie een grondig onderzoek en stelt zij ook een schadedossier samen. Dit schadedossier wordt bezorgd aan de Directie Juridische Ondersteuning, die de uiteindelijke beslissing neemt over een al dan niet toe te kennen schadevergoeding.
In dit dossier blijkt niet dat klager binnen de veertien dagen na vaststelling van de schade aan de directie een formulier ingevuld en overhandigd heeft. De directie kon dus geen grondig onderzoek en schadedossier samenstellen.
De klachtencommissie kan derhalve in de klacht dan ook geen klacht tegen een beslissing of verzuim van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet ontwaren.