KC06/25-0095
Fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Autre décision directeur
OVERBEVOLKING/GRONDSLAPEN - MEERSPERSOONSCEL - ZORGPLICHT - ART. 3 EVRM
De klacht gaat over een beslissing tot celtoewijzing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager zit op een triocel die vroeger een duocel was. Ondertussen slapen ze met vier in de cel en slaapt klager op een matras op de grond.
Klager heeft anderhalve maand als grondslaper in de cel doorgebracht. Er is dus geen sprake van een geringe of incidentele periode. Klager meldt bijkomend dat hij tijdens deze periode geen werk had. Behoudens de dagelijkse wandeling, had hij m.a.w. weinig mogelijkheden om tijd buiten de verblijfruimte door te brengen. Ten slotte spreekt klager over de impact van de bijzondere leefomstandigheden op zijn gezondheid, met name de impact van het grondslapen in een stoffige ruimte.
De klachtencommissie stelt daarnaast vast dat er in dit geval een sterk vermoeden is dat klager zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, vastgelegd in het EVRM, aangezien de voorziene oppervlakte per persoon kleiner is dan vastgelegd.
Om al deze redenen is de klacht gegrond. Aangezien de situatie voor klager reeds verbeterd is en hij nog voornamelijk een signaal wenste te geven, kent de klachtencommissie geen verdere tegemoetkoming toe.
De klacht gaat over een beslissing tot celtoewijzing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager zit op een triocel die vroeger een duocel was. Ondertussen slapen ze met vier in de cel en slaapt klager op een matras op de grond.
Klager heeft anderhalve maand als grondslaper in de cel doorgebracht. Er is dus geen sprake van een geringe of incidentele periode. Klager meldt bijkomend dat hij tijdens deze periode geen werk had. Behoudens de dagelijkse wandeling, had hij m.a.w. weinig mogelijkheden om tijd buiten de verblijfruimte door te brengen. Ten slotte spreekt klager over de impact van de bijzondere leefomstandigheden op zijn gezondheid, met name de impact van het grondslapen in een stoffige ruimte.
De klachtencommissie stelt daarnaast vast dat er in dit geval een sterk vermoeden is dat klager zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, vastgelegd in het EVRM, aangezien de voorziene oppervlakte per persoon kleiner is dan vastgelegd.
Om al deze redenen is de klacht gegrond. Aangezien de situatie voor klager reeds verbeterd is en hij nog voornamelijk een signaal wenste te geven, kent de klachtencommissie geen verdere tegemoetkoming toe.