Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0050

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

De klacht betreft een bijzondere veiligheidsmaatregel van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Het opleggen van een BVM is geregeld in de artikelen 110-115 van de Basiswet. De directeur kan bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van dien aard zijn dat hij ze verhelpt. Vooraleer de directeur een beslissing neemt, wordt de gedetineerde gehoord. De gedetineerde wordt vervolgens schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing, alsmede van de motieven die aan de beslissing ten grondslag liggen. Een BVM mag tenslotte niet langer duren dan zeven dagen.

Op basis van de aanwijzingen voorhanden kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet met een repressief of bestraffend oogmerk gehandeld heeft. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.