KC06/24-0213
Fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de VM. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager “een gevaar voor de orde of de veiligheid” inhoudt.
De directie heeft meegedeeld dat klager weken aan een stuk op de gang heeft mogen bellen omwille van een storing aan zijn telefoon. Klager heeft zelf aangegeven dat zijn telefoon gebroken was.
Klager heeft meermaals aangegeven dat de gevonden verboden substanties niet van hem waren.
Gelet op voormelde meent de klachtencommissie dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen.
De klacht gericht tegen de voorlopige maatregel is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden voorlopige maatregel.
In haar verweer geeft de directie zelf aan dat de motivatie die werd gebruikt om de tuchtbeslissing te motiveren niet correct blijkt te zijn. De directie heeft de tuchtbeslissing zelf stopgezet. De directie verklaart in haar schriftelijk verweer en op de zitting van de klachtencommissie dat de klacht van klager gegrond is.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
De klachtencommissie vermoedt dat klager zijn werk verloren was door zijn onbeschikbaarheid tijdens zijn verblijf in ATV.
Hoewel de directie er zich inderdaad moet van vergewissen dat een ontslag, dat gelijktijdig met een tuchtsanctie wordt opgelegd, zich niet voordoet als een bijkomende (verdoken) tuchtmaatregel, stelt de klachtencommissie vast dat het ontslag voortvloeit uit de onbeschikbaarheid van klager gedurende zijn verblijf in ATV.
Echter, gelet op de gegrondheid van de tuchtbeslissing buigt de klachtencommissie zich over het aspect van de tewerkstelling van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager intussen terug aan het werk is. De klachtencommissie kent klager derhalve geen afzonderlijke tegemoetkoming toe.
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de VM. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager “een gevaar voor de orde of de veiligheid” inhoudt.
De directie heeft meegedeeld dat klager weken aan een stuk op de gang heeft mogen bellen omwille van een storing aan zijn telefoon. Klager heeft zelf aangegeven dat zijn telefoon gebroken was.
Klager heeft meermaals aangegeven dat de gevonden verboden substanties niet van hem waren.
Gelet op voormelde meent de klachtencommissie dan ook dat de feiten geen voorlopige maatregel rechtvaardigen.
De klacht gericht tegen de voorlopige maatregel is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden voorlopige maatregel.
In haar verweer geeft de directie zelf aan dat de motivatie die werd gebruikt om de tuchtbeslissing te motiveren niet correct blijkt te zijn. De directie heeft de tuchtbeslissing zelf stopgezet. De directie verklaart in haar schriftelijk verweer en op de zitting van de klachtencommissie dat de klacht van klager gegrond is.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
De klachtencommissie vermoedt dat klager zijn werk verloren was door zijn onbeschikbaarheid tijdens zijn verblijf in ATV.
Hoewel de directie er zich inderdaad moet van vergewissen dat een ontslag, dat gelijktijdig met een tuchtsanctie wordt opgelegd, zich niet voordoet als een bijkomende (verdoken) tuchtmaatregel, stelt de klachtencommissie vast dat het ontslag voortvloeit uit de onbeschikbaarheid van klager gedurende zijn verblijf in ATV.
Echter, gelet op de gegrondheid van de tuchtbeslissing buigt de klachtencommissie zich over het aspect van de tewerkstelling van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager intussen terug aan het werk is. De klachtencommissie kent klager derhalve geen afzonderlijke tegemoetkoming toe.